3.1 Algemene uitgangspunten
Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak;
Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken in euro’s;
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne liquiditeiten te gebruiken;
Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht 1 Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM);
Financieringsmiddelen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en een liquiditeitsplanning;
De rente typische looptijd en het renteniveau van de financieringsmiddelen worden zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
De gemeente volgt de rentevisie van de huisbankier, de visie in de paragraaf Financiering (van de begroting) is hierop gebaseerd;
Om renterisico op het aantrekken van financieringsmiddelen te beheersen is het gebruik van derivaten onder de volgende voorwaarden toegestaan:
Derivaten dienen een risico beheersend karakter te hebben, waarbij ten alle tijden een gesloten positie vereist is;
Derivaten dienen door de gemeente geadministreerd te kunnen worden;
Alvorens een derivatentransactie aan te gaan wint de gemeente advies in van een extern ter zake kundig adviseur;
De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 2 instellingen, waaronder de huisbankier, alvorens langlopende financieringsmiddelen worden aangetrokken. Dit is ook van toepassing op kortlopende financieringsmiddelen langer dan een maand. Deze offertes worden door de gemeente zelf schriftelijk vastgelegd.
3.2 Kortlopende financiering (rentetypische looptijd < 1 jaar)
Toegestane vormen bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen zijn daggeldleningen, kasgeldleningen en kredietfaciliteiten in rekening-courant;
De gemeente houdt bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen rekening met de wettelijke kasgeldlimiet. Een overschrijding gedurende meer dan twee kwartalen wordt gemeld bij de toezichthouder.
3.3 Langlopende financiering (rentetypische looptijd > 1 jaar)
Als financieringsinstrument zijn uitsluitend onderhandse leningen toegestaan;
Bij het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen wordt gezorgd dat de renterisiconorm niet wordt overschreden.
Artikel 3.