Naar hoofdinhoud

Artikel 18

Hoogte persoonsgebonden budget voor woningaanpassing

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Putten 2017

1.. Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen bedraagt de tegenwaarde van het bedrag, zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 2.. Bij de vaststelling van het persoonsgebonden budget, dat bedoeld is voor een woningaanpassing, wordt in ieder geval rekening gehouden met de volgende kosten: de aanneemsom voor het treffen van de maatwerkvoorziening; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA; de kosten van het toezicht op de uitvoering, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges; de verschuldigde en niet verrekenbare of terug te vorderen omzetbelasting; renteverlies in verband met betaling aan derden voordat het persoonsgebonden budget is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw, dan wel het treffen van voorzieningen; de prijs van bouwrijpe grond, als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, tot een door het college vast te stellen maximum; de kosten in verband met technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren; administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor een persoon met een beperking; verwijderen van voorzieningen. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor het bezoekbaar maken van een woning door een professionele aannemer bedraagt maximaal 100% van de tegenwaarde van het bedrag, zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 4.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal 75% van de tegenwaarde van het bedrag, zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, bij de keuze van de cliënt om niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 5.. De werkelijke kosten komen in aanmerking voor het vast te stellen persoonsgebonden budget. Materialen gekocht bij een bouw- of woonmarkt gaan voor op de materialen uit een woningspeciaalzaak. 6.. Het afschrijvingspercentage voor de huidige stoffering bedraagt op basis van de leeftijd van de stoffering: nieuwer dan 2 jaar: 0% tussen 2 en 4 jaar: 25% tussen 4 en 6 jaar: 50% tussen 6 en 8 jaar: 75% ouder dan 8 jaar : 100% 7.. In bijlage 2 van dit Besluit is opgenomen wat het maximale aantal vierkante meters per vertrek en aanvullende buitenruimte is, die geldt voor het verwerven van grond voor het treffen van woonvoorzieningen. Op basis hiervan wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget bepaald. Hierop kan slechts een uitzondering gemaakt worden voor zover het aantal vierkante meters niet adequaat is voor de cliënt op grond van zijn beperkingen, persoonskenmerken en behoeften. 8.. De hoogte van het maximale persoonsgebonden budget voor een traplift bedraagt: voor de gehele periode per jaar € 100,00 (excl. btw); voor de gehele periode per jaar voor een traplift ouder dan 10 jaar € 140,00 (excl. btw).

Rechtspraak bij dit artikel