Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Criteria om in aanmerking te komen voor een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Putten 2017

1.. Een cliënt die in aanmerking wil komen voor een persoonsgebonden budget dient, onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 van de wet en in artikel 11 van de Verordening, te voldoen aan alle in dit artikel genoemde criteria. 2.. De cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger moet, naar keuze met ondersteuning van de cliëntondersteuner, motiveren waarom hij de voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wil krijgen. 3.. De cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger moet een ondersteuningsplan overleggen waaruit minimaal blijkt: dat er inzicht is in zijn problematiek; wat het resultaat is van het te behalen doel van de ondersteuning; wat de wijze is waarop het resultaat kan worden bereikt en welk tijdspad daarbij hoort; welke evaluatiemomenten er tijdens de duur van de ondersteuning zijn. 4.. De cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger moet in staat zijn om: de voorziening zelf te organiseren; de kwaliteit van ondersteuning te kunnen beoordelen; de regie over het eigen leven te kunnen voeren; inzicht te hebben in een financiële administratie. 5.. De cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger moet aantonen dat het budget wordt besteed aan een maatwerkvoorziening die veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. 6.. De cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger die gebruik wil maken van ondersteuning door een aanbieder die niet werkt volgens vastgestelde kwaliteitsstandaarden of door een persoon uit het sociale netwerk, dient het volgende aan te leveren: een ondersteuningsplan; een Verklaring omtrent gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden van de persoon die de ondersteuning gaat uitvoeren; een motivering dat er sprake zal zijn van een veilige, effectieve en doelmatige ondersteuning; een verklaring dat de persoon die de ondersteuning biedt aan de cliënt niet zal leiden tot overbelasting van diezelfde persoon; een verklaring waaruit de deskundigheid blijkt om de ondersteuning te kunnen leveren.

Rechtspraak bij dit artikel