Naar hoofdinhoud

Artikel 21

Kosten in verband met tijdelijke huisvesting

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Putten 2017

1.. Een aanvrager kan in aanmerking komen voor een woonvoorziening, indien sprake is van kosten voor tijdelijke huisvesting, in verband met het aanpassen van zijn huidige woning of een nog te betrekken woning. 2.. De in het eerste lid bedoelde voorziening wordt uitsluitend verleend, indien de aanvrager redelijkerwijs niet kan voorkomen dat hij dubbele huurlasten heeft. 3.. De in het eerste lid bedoelde voorziening wordt voor maximaal zes maanden verleend. 4.. De in het eerste lid bedoelde voorziening wordt uitsluitend verleend voor kosten gemaakt in verband met: het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte; of het tijdelijk betrekken van niet-zelfstandige woonruimte; of het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. 5.. Het persoonsgebonden budget bedraagt evenveel als de werkelijke huurkosten van de aanvrager voor de door hem bewoonde of nog te betrekken woning minus de huurtoeslag, doch maximaal het bedrag van de maximale huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel