Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Marktverordening 2007

1.1.. In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de markt, die krachtens besluit van burgemeester en wethouders op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden; marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, die bij besluit van burgemeester en wethouders voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen; de standplaats: de op en voor de duur van een markt krachtens deze verordening aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; een vaste standplaats: een standplaats waarvoor een vergunning voor onbepaalde tijd wordt afgegeven; een dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld, indien een vaste standplaats niet wordt ingenomen, dan wel niet als vaste standplaats is toegekend; een standwerkerplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld door middel van loting, die bestemd is voor het uitoefenen van de markthandel als standwerker; een standwerker: de marktkoopman, die publiek om zich heen verzamelt, een het publiek aansprekende uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen artikel en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen; de standplaatshouder: de natuurlijke persoon, aan wie krachtens deze verordening is toegestaan om op een markt een standplaats te bezetten; de marktmeester: de als zodanig van gemeentewege aangewezen ambtenaar; vergunninghouder: degene aan wie door burgemeester en wethouders vergunning is verleend tot het innemen van een standplaats; voertuig: elk object dat ten doel heeft om over enige afstand één of meer personen of goederen te vervoeren. 1.2.. In deze verordening wordt de mannelijke persoonsvorm gebruikt, waar dat het geval is wordt de vrouwelijke persoonsvorm geacht er in te zijn begrepen.

Rechtspraak bij dit artikel