Naar hoofdinhoud
1.. De subsidievaststelling vindt plaats op aanvraag van de subsidieontvanger. 2.. De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend bij het college vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft. 3.. De aanvraag tot vaststelling bevat: per locatie, een overzicht van peuters, met vermelding van naam, adres, postcode, woonplaats, geboortedatum, inkomensverklaring, datum start deelname peuterprogramma en (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma, over het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld; per locatie en overzicht van VVE-peuters, onderverdeeld naar VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, met vermelding van naam, adres, postcode, woonplaats, geboortedatum, inkomensverklaring (alleen benodigd voor VVE-peuters ZKT), datum start deelname peuterprogramma en (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma, over het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld; een overzicht waaruit de deelname aan netwerkbijeenkomsten, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze subsidieregeling, blijkt; een jaarverslag met daarin beschreven de activiteiten, zoals genoemd in artikel 5, lid 1, sub c, van deze subsidieregeling, de wijze waarop deze zijn uitgevoerd, de daarbij getroffen maatregelen en de behaalde resultaten. 4.. Het college kan – naast de informatie en/of bescheiden als genoemd in het derde lid – andere informatie en/of bescheiden verlangen, voor zover dat: voor een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling nodig is; nodig is voor het desgevraagd verstrekken van informatie aan overheidsinstellingen of daaraan verbonden inspectiediensten. 5.. Het college kan genoegen nemen met minder informatie en/of bescheiden dan genoemd in het derde lid, voor zover dat redelijkerwijs een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling niet in de weg staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel