Geen taaltoets wordt afgenomen wanneer:
De belanghebbende korter dan drie jaar in Nederland woont, zelf verklaart het referentieniveau 1F niet te beheersen en zich bereid verklaart zich in te spannen om de Nederlandse taal te gaan verwerven.
Tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst.
De belanghebbende binnen twaalf maanden na beëindiging van de bijstandsuitkering een nieuwe uitkeringsaanvraag indient en:
als tijdens een vorige uitkeringsperiode is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat hij, door in de persoon gelegen factoren, niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F te behalen, of;
als tijdens een vorige uitkeringsperiode is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en zich bereid verklaart zich in te spannen om de Nederlandse taal te gaan verwerven.
Vastgesteld kan worden dat elke vorm van verwijtbaarheid om aan de taaltoets te voldoen ontbreekt.
Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt in ieder geval wanneer:
Vastgesteld is dat de belanghebbende onvoldoende leerbaar is;
Er een ontheffing in het kader van de Wet Inburgering is gegeven;
Er een ontheffing van de re-integratieverplichting is gegeven (artikel 9, lid 2 Participatiewet);
De belanghebbende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 4 Wet werk en inkomen, zoals bedoeld in artikel 9 lid 5 Participatiewet;
De belanghebbende parttime werkt.