**1..** Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit minimaal één lid en maximaal twee leden per deelnemend college al naar gelang de overige taken die naast degene die vermeld zijn in het eerste lid van het voorgaande artikel, aan het gemeenschappelijk orgaan zijn op- dan wel overgedragen.
**2..** Elk college wijst aan het begin van zijn zittingsperiode het/de betreffende collegelid/-leden en zijn/hun plaatsvervanger(s) aan.
**3..** De duur van de aanwijzing is in beginsel gelijk aan de zittingsperiode van ieder college.
**4..** Indien een tussentijdse vacature in het gemeenschappelijk orgaan ontstaat, voorziet het betreffende college uiterlijk binnen zes weken na het ontstaan daarvan in die vacature.
**5..** Het gemeenschappelijk orgaan wijst uit zijn midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan, die de vergaderingen van het orgaan voorbereidt en leidt.
**6..** De colleges en raden van de gemeenten worden over deze aanwijzing geĩnformeerd.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Samenstelling
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling ROGplus Nieuwe Waterweg Noord