Naar hoofdinhoud
1.. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. aflossingscapaciteit: het bedrag dat de schuldenaar dient af te dragen voor de aflossing van zijn schulden zoals vastgesteld op grond van de Recofa richtlijnen; b. beschermingsbewind: onder bewindstelling ter bescherming van meerderjarigen die als gevolg van lichamelijke of geestelijke toestand, verkwisting op problematische schulden tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn ten volle hun vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen conform art. 1: 431 van het Burgerlijk Wetboek; c. budgetbegeleiding: tijdens gesprekken of cursussen cliënt leren zijn financiële situatie zelf te beheren; d. budgetbeheer: het beheren van het inkomen zodat betalingen tijdig gedaan worden en er geen (nieuwe) schulden of betalingsachterstanden ontstaan; e. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond; f. curatele: rechterlijke maatregel ter bescherming van een meerderjarige die als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel een gewoonte van drank- of drugsmisbruik, niet in staat is om zijn of haar belangen behoorlijk waar te nemen zoals geregeld in artikel 1:378 tot en met 1:391 van het Burgerlijk Wetboek; g. fraude: het ten onrechte ontvangen van bijstand of een sociale zekerheids- uitkering vanwege het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting waarbij er sprake is van opzet of grove schuld; h. schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de preventie van schulden en nazorg; i schuldregeling: een minnelijke overeenkomst volgens de NVVK-gedragscode of een wettelijke overeenkomst op grond van de WSNP tussen schuldenaar en zijn schuldeisers ter (gedeeltelijke) afkoop van de schulden j. stabilisatie: schuldhulpverleningstraject dat wordt ingezet om schulden beheersbaar te maken en ervoor te zorgen dat een huishouden met schulden minimaal kan beschikken over een inkomen op het bestaansminimum. k. verzoeker: persoon die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening; l. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; m. WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. 2.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel