Naar hoofdinhoud
1.. De rekenkamerfunctionaris stelt zelf de onderwerpen voor onderzoek vast, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. 2.. De in een jaar te onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 1 oktober van het voorgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden. 3.. Jaarlijks start de rekenkamerfunctionaris in augustus met een consultatie van de commissie Bestuur voor het opstellen van het onderzoeksprogramma. 4.. De onderzoeksopzet wordt door de rekenkamerfunctionaris rechtstreeks ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden. 5.. Bij de selectie van onderwerpen hanteert de rekenkamerfunctionaris de volgende criteria: Het onderzoek moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid van beleid; Er moet sprake zijn van een substantieel belang; Het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid treffen; Er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken; De resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de bevolking. 6.. Conform artikel 182 tweede lid van de Gemeentewet, kan de raad de rekenkamerfunctionaris verzoeken een onderzoek in te stellen; 7.. Na ontvangst van een verzoek van de raad geeft de rekenkamerfunctionaris binnen één maand gemotiveerd aan of hij gevolg geeft aan het verzoek. 8.. Indien de rekenkamerfunctionaris besluit gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan hoe hij het verzoek zal oppakken, welke tijdsplanning hij hanteert en welke invloed dat eventueel heeft op het onderzoeksprogramma. 9.. ndien de rekenkamerfunctionaris besluit geen gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan op welke gronden hij tot zijn besluit is gekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel