In deze verordening wordt aanvullend op de definities in het BBV verstaan onder:
Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Schiedam en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
BBV: het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
College: het college van burgemeester en wethouders.
Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen.
Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.
Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Schiedam.
Gemeentegarantie: borgtocht van de gemeente voor de juiste betaling van rente en aflossing van door een derde opgenomen geldlening.
Investering: een geactiveerde uitgave zoals gedefinieerd in de Nota investeren, waarderen en afschrijven 2014.
Investeringskrediet: een door de raad geautoriseerd bedrag wat als investering zal worden geactiveerd in de balans.
Programma: een samenhangend geheel van activiteiten als zodanig door de raad bepaald om maatschappelijke effecten te bereiken en waaraan middelen zijn gekoppeld.
Rechtmatigheid: het overeenstemmen van het tot stand komen van de (financiële) beheershandelingen van baten en lasten alsmede de balansmutaties en de vastlegging daarvan, met de door de raad in het normenkader c.q. toetsingskader vastgestelde wetgeving en (externe en interne) regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden.
Revolverend fonds: een fonds waaraan de gemeente tijdelijk financiële middelen beschikbaar stelt voor een bepaald doel en waaruit geldleningen aan derden kunnen worden verstrekt. Rente en aflossing vloeien terug in het fonds en kunnen opnieuw voor uitlening worden benut.
Risicoreserve: het deel van de algemene reserve dat bestemd is om geïnventariseerde risico’s te dekken.
Solvabiliteitsratio: deze ratio geeft de verhouding van het eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen.
Systeemreserve: bij dit soort door de raad aangewezen reserves worden individuele mutaties die het gevolg zijn van de toepassing van het bestaande beleid niet afzonderlijk vooraf door de raad geautoriseerd, maar achteraf via verantwoording in de jaarstukken.
Taakveld: eenheid waarin programma’s zijn onderverdeeld zoals (limitatief) is vastgesteld in de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking van informatie voor derden.
Team: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.