**1..** Burgers hebben spreekrecht in de vergaderingen van een raadscommissie. Zij kunnen het woord voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar- en/of beroepsschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de uitspraak nog niet onherroepelijk is;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
**3..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil.
**4..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**5..** De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**6..** De totale spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten, met een maximum van 5 minuten per inspreker. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over het aantal insprekers als het aantal insprekers meer dan 6 bedraagt. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 15
Spreekrecht
Onderdeel van Reglement van Orde voor de raad en de raadscommissies 2014