**1..** Het instellen van een nieuwe reserve uit ontvangen subsidiegelden kan alleen plaatsvinden na goedkeuring van het college.
**2..** De jaarlijkse toevoeging aan de reserve is ten hoogste 10% van het vastgestelde subsidiebedrag.
**3..** De totale hoogte van de uit ontvangen subsidiegelden gevormde (algemene en bestemmings-)reserves mag maximaal de omvang hebben van de laatstelijk vastgestelde subsidie. Dit biedt de subsidieontvanger de mogelijkheid om minstens één jaar zonder subsidie te kunnen voortbestaan, waardoor zij bij een eventuele afbouw van de subsidie zelf de frictiekosten kan opvangen.
**4..** Als een instelling een hogere reserve vormt of de jaarlijkse toevoeging meer bedraagt dan het voorgeschreven maximum dan kan dit leiden tot een lagere subsidievaststelling of tot een intrekking of wijziging van de subsidieverlening voor het lopende of volgende subsidiejaar.
**5..** Als blijkt dat de vorming en/of besteding van de bestemmingsreserve niet voldoet aan de gestelde eisen en voorwaarden, dan wordt de toestemming ingetrokken. Dit kan gevolgen hebben voor de subsidievaststelling.
**6..** De subsidieontvanger verantwoordt de onttrekkingen en toevoegingen jaarlijks op een overzichtelijk wijze in de jaarrekening met toelichting.
**7..** De toestemming wordt in beginsel voor vijf jaar verleend.
**8..** Bij ontbinding van de rechtspersoon wordt het met de gemeentelijke subsidie opgebouwde deel van de reserve teruggevorderd.