Naar hoofdinhoud
Het door de streekarchivaris samengestelde verslag van de werkzaamheden van het streekarchief over het afgelopen jaar wordt door het dagelijks bestuur voor 1 juli aan het algemeen bestuur ter vaststelling aangeboden. Binnen vier weken na de vaststelling wordt het verslag toegezonden aan de gemeenten. Het archief Artikel 34 Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het streekarchief. Het beheer van de nog niet naar de in het vierde lid van dit artikel bedoelde archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van het streekarchief wordt opgedragen aan de streekarchivaris. Voor de bewaring van de archiefbescheiden van het streekarchief en van de te deponeren archieven, die belangrijk geacht kunnen worden voor de bestudering van de geschiedenis van het gebied van het streekarchief, wijst het algemeen bestuur een of meerdere archiefbewaarplaatsen aan. De in lid 3 bedoelde archiefbewaarplaats(en) wordt (worden) door de colleges aangewezen tot gemeentelijke archiefbewaarplaats(en). Het beheer over de archiefbewaarplaats(en), bedoeld in het derde lid van dit artikel, wordt opgedragen aan de streekarchivaris. Het toezicht op het beheer, bedoeld in het vijfde lid van dit artikel, wordt opgedragen aan het dagelijks bestuur. Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing Artikel 35 Toetreding van een gemeente tot deze regeling geschiedt bij besluiten van het college van burgemeester en wethouders en treedt niet eerder in werking dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad van de betreffende gemeente. Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt niet eerder genomen, dan nadat het algemeen bestuur met de voorgenomen toetreding heeft ingestemd. Alvorens ter zake een beslissing te nemen wint het algemeen bestuur het gevoelen in van de colleges van burgemeester en wethouders. De toetreding treedt niet in werking dan na opname in de registers bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet. Artikel 36 Uittreding van een gemeente geschiedt bij besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. Het besluit als bedoeld in lid 1 dient tenminste zes maanden voor de beoogde datum van uittreding kenbaar zijn gemaakt aan het algemeen bestuur. Een uittredende gemeente is gehouden na uittreding bij te dragen in het begrote nadelig saldo van het laatste volledige jaar van deelname, en wel in het eerste kalenderjaar na uittreding het volle aandeel, in het tweede jaar na uittreding 75 procent van het aandeel, in het derde jaar na uittreding 50 procent van het aandeel en in het vierde jaar na uittreding 25 procent van het aandeel. De uittreding treedt niet in werking dan na opname in de registers bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel