De regeling kan worden opgeheven bij besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van tenminste twee derde van de gemeenten.
Het besluit tot opheffing wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing en liquidatie, welke regeling zo spoedig mogelijk na de vaststelling wordt gezonden aan de gemeenten.
De gemeenten kunnen hun bezwaren tegen de in het derde lid bedoelde regeling binnen zes weken na ontvangst daarvan schriftelijk ter kennis van het algemeen bestuur brengen.
Indien de ingebrachte bezwaren niet door overleg tussen het algemeen bestuur en de betrokken gemeente(n) kunnen worden opgeheven binnen twee maanden na ontvangst van die bezwaren, zal aan Gedeputeerde Staten worden verzocht te bemiddelen overeenkomstig artikel 174 van de Provinciewet.
Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur blijven als zodanig functioneren tot het tijdstip waarop de liquidatie beëindigd is.
Slotbepalingen
Artikel 38
Artikel 38
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Streekarchief Langstraat Heusden Altena 2016