De medewerker kan eenmaal in de 36 maanden de keuze maken om het IKB te gebruiken voor de aanschaf van één fiets bij een zelf uit te kiezen leverancier, echter slechts indien:
er voldoende IKB is opgebouwd om de fiets van te kunnen betalen;
de medewerker kan aantonen dat hij de fiets gebruikt voor het woon-werkverkeer of voor de verbinding met aansluitend openbaar vervoer, waarbij de medewerker zich in dit laatste geval met een getekende intentieverklaring verplicht de fiets op die wijze voor het woon-werkverkeer te gebruiken.
De keuze van het type fiets is in die zin beperkt, dat de medewerker geen kinderfietsen of motorisch aangedreven fietsen mag aanschaffen. Fietsen met elektrische trapondersteuning zijn wel toegestaan.
De aanschafkosten van de fiets, alsmede de eventuele accessoires en eventuele verzekering, worden uit het opgebouwde IKB-budget gefinancierd. Daarbij kunnen maximaal €749,- van de aanschafkosten èn €82,- van de accessoires èn de premie voor de verzekering via het forfait van de werkkostenregeling belastingvrij worden uitbetaald, zolang dit als eindheffingsbestanddeel is aangewezen. Het meerdere wordt belast uitbetaald.
De medewerker dient bij de keuze voor een uitbetaling uit het IKB ten behoeve van de fiets, de factuur en de betaalbewijzen voor de aanschaf van de fiets als bijlage toe te voegen.
De werkgever is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door verlies, diefstal of beschadiging van de fiets, voor enige schade die het gevolg is van het gebruik van de fiets of voor eventuele andere gevolgen die deelname aan deze regeling voor de medewerker met zich meebrengt.