De hoofdregel volgens de verordening is dat het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening geldt. Bij de beoordeling of het primaat kan worden toegepast wordt altijd gekeken naar de individuele omstandigheden van het geval. Het genoemde primaat was al bekend onder de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) en de Wmo 2007. Een plaatselijk werkend vervoersysteem kan in de omstandigheden van het individuele geval bijvoorbeeld als passende bijdrage worden aangemerkt om de cliënt in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie. Vrijwillig vervoer via bemiddeling van Caritas is daar een voorbeeld van.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 3.12
Primaat collectieve maatwerkvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk