Huishoudelijke ondersteuning valt uiteen in twee maatwerkvoorzieningen: schoonmaakondersteuning (voorheen HH1) en ondersteuning bij regie/zorg over het huishouden (voorheen HH2). Per 2013 is er gekanteld beleid geformuleerd aangaande de normtijden (richtlijn) huishoudelijke ondersteuning. Bij de gekantelde werkwijze staat het uitgaan van de eigen kracht en mogelijkheden en het benutten van het sociale netwerk centraal. Dit betekent dat de indicatie huishoudelijke ondersteuning plaatsvindt op basis van specifieke (deel)taken die overgenomen dienen te worden, de gebruiksruimten en het aantal personen in het huishouden. Dit alles op basis van de persoonlijke omstandigheden en kenmerken van de cliënt. Hierdoor zijn de normtijden licht gewijzigd ten opzichte van de normtijden CIZ onder het CIZ-protocol en wordt de indicatie meer dan voorheen op maat gesneden en op het individuele geval gericht. Dit sluit aan bij de bedoeling van de Wmo 2015. De normtijden CIZ indiceren op basis van grove taakindeling (licht, zwaar, wasverzorging) en standaard uren behorende bij een type woning. De normtijden CIZ gaan ervan uit dat de hele taak uit handen van de inwoner wordt genomen. Ook al kan de inwoner nog delen van de taak zelf uitvoeren. Dit sluit niet meer aan bij de bedoeling van de WMO 2015. Voor gemeentelijke normtijden huishoudelijke ondersteuning wordt verwezen naar bijlage 2. Ook hanteren de gemeentelijke normtijden hetzelfde niveau van “schoon” voor een huishouden als onder het CIZ-protocol. De gemeentelijke normtijden worden als richtlijn gebruikt en richten zich op het schoonhouden van de primaire leefruimten. De WMO consulent onderzoekt welke activiteiten moeten worden overgenomen van de cliënt voor het bereiken van de resultaten, hoeveel tijd dat kost (conform de normtijdentabel) en hoe vaak dit moet worden gedaan (conform de normtijden tabel). Daar waar de individuele situatie dat noodzaakt kan gemotiveerd van de richtlijn worden afgeweken. De uitkomst in uren kan leiden tot meer of minder uren dan onder de Normtijden CIZ het geval zou zijn geweest. Ook de uitzonderingen zijn beschreven (zie bijlage 3).
De gemeentelijke normtijden zijn verder verfijnd ten opzichte van de CIZ-normtijden en betrekken op basis van de Wmo 2015 het zelf-organiserend vermogen van de cliënt en zijn zelfredzaamheid. Delen van de activiteiten waarbij de cliënt wordt ondersteund, kunnen wellicht wél zelf door de cliënt worden uitgevoerd (bijv. cliënt kan zelf wasmachine en droger laden en klein wasgoed opvouwen, hij/zij heeft echter wel hulp nodig bij het vouwen en opruimen van het grote wasgoed en het strijken). Uitgangspunt bij het gemeentelijk beleid is dat de cliënt altijd de zorg ontvangt die hij/zij nodig heeft.
De gemeentelijke normtijden zijn in bepaalde gevallen anders verdeeld over de taken, dan in het CIZ-protocol
‘hoog en laag’ stoffen is geplaatst onder zwaar huishoudelijk werk in plaats van onder licht huishoudelijk werk;
de broodmaaltijd is 10 minuten minder, omdat ervan uit wordt gegaan dat de tweede broodmaaltijd in de koelkast kan worden gezet voor de middag;
vaatwasser en wasdroger zijn inmiddels algemeen gebruikelijk;
de normtijden van het CIZ zijn gebaseerd op een grove taakindeling (licht, zwaar, was-verzorging) en standaarduren behorende bij een type woning.
Voor een vergelijking van de normtijden van het CIZ protocol vs de normtijden gemeente
Urk die vanaf 2013 worden gehanteerd, wordt verwezen naar bijlage 3.
Medio 2016 zijn deze normtijden getoetst door de MO zaak als onafhankelijke derde. Hun
conclusie is dat de normtijden een realistisch beeld van de praktijk geven. Hiermee kan
na onderzoek naar de activiteiten die moeten worden overgenomen ter ondersteuning
van de cliënt, de inzet van uren en frequentie van de activiteiten worden bepaald die
moeten resulteren in het bereiken van de resultaten.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 3
Artikel 6.24
Richtlijn / normtijden huishoudelijke ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk