Naar hoofdinhoud

Artikel 6

De wijze van heffing en termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017

De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking op het hierboven bepaalde moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inloggen op het centrale register. De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Een naheffingsaanslag moet worden betaald binnen de termijn die op de opgestuurde beschikking en acceptgiro vermeld is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel