Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

– Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ Leidschendam-Voorburg 2010

1.. Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van die wet, met de uitvoering van de IOAW, als bedoeld in artikel 20, tweede lid van die wet, of met de uitvoering van de IOAZ, als bedoeld in artikel 20, tweede lid van die wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd. 2.. De maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld: bij verbaal geweld (schelden): 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand; bij discriminatie: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand; bij intimidatie (uitoefenen van psychische druk): 50% van de bijstandsnorm gedurende een maand; bij zaakgericht fysiek geweld (vernielingen): 50% van de bijstandsnorm gedurende een maand; bij mensgericht fysiek geweld: 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand. 3.. De hoogte van de maatregel als genoemd in lid 2 sub a tot en met d wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging. 4.. De duur van de maatregel als genoemd in lid 2 sub e wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel