Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk TOELICHTING

Artikel 12.

Kwijtschelding boete

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Gemeente Dalfsen 2017

Ingaande 1 januari 2017 is in artikel 18a van de PW het dertiende lid opgenomen (artikel 20a van de IOAW/IOAZ het twaalfde lid). Het college heeft de bevoegdheid gekregen in bepaalde situaties de boete gedeeltelijk of geheel kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Het college scheldt op verzoek van belanghebbende (het resterende deel van) de boete kwijt bij medewerking aan een schuldregeling, indien geen sprake is van opzet of van grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan. Dit betekent dat van kwijtschelding sprake kan zijn, als: belanghebbende daarom verzoekt (en niet ambtshalve); belanghebbende medewerking verleent aan een schuldregeling; geen sprake is van opzet of grove schuld bij de opgelegde boete; het boetebesluit is genomen één jaar voor de mogelijke kwijtschelding, want dan kan pas worden vastgesteld dat niet nogmaals een overtreding is begaan. Artikel 60c van de PW stelt dat het college geen medewerking verleent aan een schuldregeling indien een vordering is ontstaan door het niet of niet behoorlijke nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet of niet behoorlijk nakomen van die verplichtingen aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze medewerking leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vordering. Echter, jongere wetsbepalingen gaan vóór oudere en speciale vóór algemene. Dit betekent dat er geen conflict aanwezig is met artikel 60c van de PW. Het veertiende lid van artikel 18a van de PW en dertiende lid van artikel 20a van de IOAW/IOAZ zijn eveneens per 1 januari 2017 geïntroduceerd. Hierin wordt aangegeven dat het college de kwijtschelding intrekt of herziet, indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan. Finale kwijting onder opschortende voorwaarden Als een schuldregeling goed wordt doorlopen, wordt het restant van de vorderingen kwijtgescholden. Na afloop van de schuldregeling wordt het opgespaarde bedrag na rato onder preferentie verdeeld onder de schuldeisers. De (resterende) boete wordt na vijf jaar definitief kwijtgescholden. Dit betekent dat het college in het besluit vastlegt dat (resterende) boete wordt kwijtgescholden onder opschortende voorwaarden: vijf jaar lang geen overtreding wegens een zelfde gedraging nadat het besluit is gevallen. Indien toch een schending binnen vijf jaar plaatsvindt, voldoet belanghebbende niet aan de opschortende voorwaarden en vervalt de finale kwijting. Het college start dan meteen weer met de invordering (verplichte verrekening als belanghebbende een uitkering ontvangt) van de boete. Indien belanghebbende de overeengekomen voorwaarden van de schuldregeling (bijvoorbeeld een zo hoog mogelijk inkomen verwerven) tijdens het minnelijke traject niet nakomt, kunnen schuldeisers de schuldregeling ontbinden. Dan kan pas de invordering van de boete weer worden hervat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel