Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk TOELICHTING

Artikel 7.

Afzien opleggen bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Gemeente Dalfsen 2017

In het eerste lid wordt aangegeven in welke situaties het college afziet van het opleggen van een bestuurlijke boete bij het schenden van de inlichtingenplicht: Dringende redenen: Artikel 18a, zevende lid van de PW en artikel 20a, zevende lid van de IOAW en IOAZ geven het college de mogelijkheid afgezien van het opleggen van een boete om dringende redenen. Daar maakt het college gebruik van. Van dringende redenen is sprake als door het opleggen van een bestuurlijke boete voor belanghebbende (of zijn gezin) onaanvaardbare gevolgen optreden. Het hebben van onvoldoende middelen om in de bestaanskosten te voorzien, is geen dringende reden (TK 2011-2012, 33 207, nr. 3, p 47). Geen verwijtbaarheid: Wist of kon belanghebbende redelijkerwijs weten dat de inlichtingenplicht werd geschonden? Belanghebbende dient dit in principe zelf aan te tonen. Aangifte bij Openbaar Ministerie: Iedere schending van in inlichtingenplicht levert in principe een strafbaar feit op. Het college kan kiezen voor een bestuurlijke boete of aangifte doen bij het OM. Volgens de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude dient het college bij een (bruto!) benadelingsbedrag tot € 50.000,- in beginsel een boete op te leggen. En bij een bedrag hoger dan € 50.000,- aangifte te doen. Bij recidive ligt de grens op € 20.000,- Daarbij worden de eerste en tweede benadelingsbedragen bij elkaar opgeteld. Andere situaties kunnen zijn dat het opleggen van een boete is verjaard of dat belanghebbende is overleden. Voor de verjaring van de boete bevat de Awb bepalingen. Artikel 5:45 van de Awb maakt onderscheid tussen boetes tot en met € 340,- en boetes hoger dan € 340,-. Voor boetes tot en met € 340,- geldt dat de bevoegdheid, tot het opleggen van een bestuurlijke boete, vervalt drie jaar nadat de overtreding (gedraging) heeft plaatsgevonden. Voor boetes hoger dan € 340,- is de termijn vijf jaar. In het tweede lid staat dat wanneer wordt afgezien van het opleggen van een boete om dringende redenen, het college een schriftelijke waarschuwing geeft. Dit ter aansporing om in de toekomst te voldoen aan de inlichtingplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel