Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk TOELICHTING

Artikel 9.

Boetes afgestemd op de draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Gemeente Dalfsen 2017

Naast de mate van verwijtbaarheid (artikel 4) en maximalisering van de boete (artikel 8), dient ook rekening te worden gehouden met de draagkracht van belanghebbenden. De financiële situatie van belanghebbende kan reden zijn om de boete (verder) te matigen. Op grond van jurisprudentie dient het college rekening te houden met het feit dat belanghebbende de boete binnen maximaal 24 maanden kan aflossen. De duur van aflossing wordt korter naar mate de verwijtbaarheid minder is. Dit is neergelegd in het tweede lid van dit artikel. Dit betekent dat de hoogte van de boete zodanig wordt begrensd dat een belanghebbende met een fictieve draagkracht, gelijk aan het inkomen boven 90% van de bijstandsnorm, de boete binnen de maximale periode kan voldoen. De draagkracht wordt fictief genoemd, omdat de draagkracht wordt bepaald voor een periode in de toekomst waarbij geen rekening wordt gehouden met andere betalingsverplichtingen. Voorts wordt gesproken van de niet gecorrigeerde beslagvrije voet. Dit betekent dat niet wordt berekend wat de werkelijke beslagvrije voet is van belanghebbende. Als dit wel wordt gedaan, dan kan het voorkomen dat er geen ruimte is om een boete op de te leggen. Dit gaat echter voorbij aan het principe dat fraude niet mag lonen. Derhalve is ervoor gekozen in het geval van boete, altijd uit te gaan van de draagkrachtruimte gelijke aan het inkomen boven de 90% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm. Voor kostendelers geldt dat deze een inkomen hebben onder de 90% van de bijstandsnorm. Het kan niet de bedoeling zijn dat bij kostendelers die fraude plegen een strafrechtelijke interventie ingezet moet worden bij gebreke van een mogelijkheid om een boete op te leggen. De Centrale Raad heeft zich over deze vraag nog niet uitgesproken. Een mogelijkheid is om uit te gaan van 10% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande, een alleenstaande ouder of een gehuwde. Feitelijk doet zich dan een situatie voor dat de boete van een hoger inkomen wordt berekend dan hetgeen betrokkene daadwerkelijk ontvangt. Daarom geldt voor kostendelers het inkomen boven 90% van de voor belanghebbende geldende kostendelersnorm. Afronden boetebedrag niet meer nodig Tot 1 januari 2017 werd de hoogte van de boete afgerond op een veelvoud van € 10,- op grond van artikel 2 lid 2 Boetebesluit socialezekerheidswetten. De inhoud van dit artikel is per 1 januari 2017 echter gewijzigd. Daardoor bestaat geen wettelijke grondslag meer voor het afronden van de bestuurlijke boete en is dit dus ook niet meer nodig. Voorbeeld Stel het benadelingsbedrag van de fraude is € 20.000,- en het inkomen boven 90% van de bijstandsnorm is € 98,-. Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid noch van grove opzet of schuld. De boete is (op grond van artikel 4) 50% van het benadelingsbedrag is € 10.000,-. De boete wordt vervolgens gemaximaliseerd op € 5.467,- (op grond van artikel 8).De draagkracht is 12 maanden x € 98,- is € 1.176,- (op grond van artikel 9). De berekende boete blijft hier ruimschoots onder. De boete is € 1.176,- als gevolg van een fraude van € 20.000,-. Let op: De duur van invordering van de boete kan langer of korter duren dan de genoemde aantal maanden in lid 2. In lid 5 is vastgelegd dat het vermogen niet wordt meegenomen bij de vaststelling van de boete. Het college kan het aanwezige vermogen meenemen in de boetevaststelling ook al is deze lager dan het vrij te laten vermogen. Dit betekent dat informatie ingewonnen moet worden over het actueel vermogen alvorens de boete vastgesteld kan worden. In het uitkeringsdossier van belanghebbende staat alleen een aanvangsvermogen en daarbij wordt alleen de vermeerderingen geteld, niet de verminderingen. Dit zegt dus niets over het actuele vermogen. Bovendien zal er doorgaans niet veel vermogen zijn. Vaker is sprake van een negatief vermogen. Als er wel een vermogen is, kan dit door de debiteurenadministratie aangesproken worden als aflossing voor de terugvordering en/of betaling van de boete. Gezien de inspanningen die nodig zijn om het actueel vermogen te achterhalen, afgezet tegen het te verwachten resultaat, wordt het vermogen niet betrokken bij de vaststelling van de boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel