**1..** In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel : aan één locatie
gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring
houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan
door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als
inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7 eerste lid, van
het Besluit houders van dieren.
**2..** De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in
hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden
gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in
hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden
gehouden;
die verblijven in een hondenasiel;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel
3.7 eerste lid van het Besluit houders van dieren;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met
de moederhond worden gehouden;
die aan een ambtenaar van politie als bedoeld in de
Politiewet 2012 toebehoren en voor welke de Koninklijke
Nederlandse Politiehondenvereniging een diploma heeft
uitgereikt, zolang dat diploma geldig is en de eigenaar zich
heeft verbonden de hond voor politiedoeleinden te allen
tijde ter beschikking van de commissaris van politie te
stellen;
die aan een ambtenaar en militaire-ambtenaar in
overheidsdienst toebehoren, voor zover deze hond te allen
tijde ter beschikking wordt gesteld voor de uitoefening van
de opgedragen ambtelijke werkzaamheden;
waarvan de houder is aangesloten bij de ‘Stichting
Internationale Reddingshonden Groep’ en de ‘Stichting Inzet
Honden Nederland’.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting Schouwen-Duiveland 2017