**1..** De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande van 21 tot 65 jaar of de alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. (artikel 30, lid 2, onder a, van de wet)
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande van 21 tot 65 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar met zijn ten laste komend(e) kind(eren) in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in het artikel 25, tweede lid van de wet genoemd maximum bedrag.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande van 21 tot 65 jaar en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is, de helft van het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemd maximum bedrag.
**4..** Een ouder of echtpaar tussen de 21 en 65 jaar met een inwonend niet ten laste komend kind waarvan het inkomen lager is dan de bijstandsnorm voor een alleenstaande als genoemd in artikel 21, onder a. van de wet, vermeerderd met de helft van het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid van de wet, kan de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet delen.