**1..** De verlagingen uit dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op degene die een of meerdere personen met wie geen gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, voor hulp bij de dagelijkse verzorging in heeft wonen en op de verzorgingsbehoevende(n) die inwoont / inwonen bij een of meerdere personen met wie geen gezamenlijke huishouding wordt gevoerd;
**2..** Wanneer, naast de verzorgingsbehoevende(n) en de verzorgende(n), nog een of meer anderen, waarmee geen gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben, is het gestelde in het eerste lid niet van toepassing met betrekking tot de uitkering van de verzorgende(n).