Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.

Artikel 2:57

Loslopende honden #

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV)

1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd; of op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; in of bij voor recreatief gebruik of natuurbehoud bestemd openbaar water in de periode van 1 mei tot 1 oktober; in of bij voor recreatief gebruik of natuurbehoud bestemd openbaar water in de periode van 1 oktober tot 1 mei zonder dat die hond aangelijnd is; buiten de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat hij deze voldoende in zijn macht heeft. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. De verboden in het eerste lid aanhef zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Rechtspraak bij dit artikel