Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur zendt, gehoord de bestuurscommissies, de ontwerpbegroting vóór 15 april van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, toe aan de raden van de gemeenten. De ontwerpbegroting is voorzien van een behoorlijke toelichting. 2.. De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending hun zienswijzen op de ontwerpbegroting naar voren brengen bij het dagelijks bestuur. 3.. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en biedt de ontwerpbegroting en de zienswijzen aan aan het algemeen bestuur. 4.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 25 juli van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft. 5.. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting ter kennisneming aan de raden van de gemeenten. 6.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel