1.Eigenarendeel:
Het eigenarendeel van de belasting wordt geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel.
Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 8 bedoelde kalenderjaar geldt.
Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
2.Gebruikersdeel:
Van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, wordt het gebruikersdeel geheven naar het aantal bewoners.
Van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, wordt het gebruikersdeel geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op:
het aantal kubieke meters water dat in het laatste, aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd:
het aantal kubieke meters water dat in het laatste, aan het begin van het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar is opgepompt.
het aantal kubieke meters water, anders dan het onder a. en b. bedoelde water, dat in het laatste, aan het begin van het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar van het eigendom is afgevoerd.
Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 12 maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie voorzien zijn van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
een bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een toevoerleiding (van derden) moet de toevoerleiding voorzien zijn van een watermeter, waarvan de hoeveelheid toegevoerde water kan worden afgelezen. Deze gegevens dienen na verstrijken van het kalenderjaar verstrekt te worden aan de gemeente Reimerswaal.
Indien water, anders dan het onder artikel 5, lid 2, sub c. bedoelde water, bedrijfsmatig wordt afgevoerd, dient de afgevoerde hoeveelheid te worden gemeten door middel van een watermeter waarvan de afgevoerde hoeveelheid kan worden afgelezen. Deze hoeveelheid, dient na het verstrijken van het kalenderjaar verstrekt te worden aan de gemeente Reimerswaal
De op de voet van lid 2 sub c. berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening van de raad van de gemeente Reimerswaal houdende regels omtrent rioolheffing, Verordening rioolheffing 2017