Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Reiskosten

Onderdeel van VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN 2015

1.. Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. Als er onduidelijkheid bestaat over de status van de gemaakte kosten, dan wordt de betreffende declaratie ter besluitvorming aan het presidium van de raad voorgelegd. 2.. De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders. De raadsleden ontvangen ten laste van de gemeente een vergoeding voor – in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap noodzakelijke – parkeerfaciliteiten. Het presidium van de raad kan nadere regels stellen ter uitvoering van het onder lid 3 bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel