**1..** Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7.
**2..** De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien;
de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt;
de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden leiden tot strijd met de Woningwet;
het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel overeenkomstig een bestemmingsplan anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of herinrichting;
het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering, etc;
de exploitant geen afstand wil doen van de gronden ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut.
**3..** De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:
ingeval de procedure tot goedkeuring van een toepassing zijnde bestemmingsplan of herziening daar van nog niet is afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of herziening daarvan;
ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen.
**4..** Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4, is genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant bekend. Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan de exploitant tevens een ontwerp-overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 7, aangeboden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 10
beslissing op de aanvraag
Onderdeel van Verordening, houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden