Schriftelijke vragen aan het college worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.
De vragen worden bij het college ingediend. Het college draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de leden van de raad en de griffer worden gebracht.
Het college draagt zorg voor een zo spoedig mogelijke schriftelijke beantwoording van de vragen, uiterlijk binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien schriftelijke beantwoording niet binnen 30 dagen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller en de griffer daarvan op de hoogte, waarbij uitstel van de beantwoording wordt geacht te zijn verleend tot maximaal 60 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Dit bericht van uitstel wordt behandeld als een antwoord.
De antwoorden worden aan de vragensteller en aan de raad medegedeeld.
De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden.
De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.