Naar hoofdinhoud
Het vaststellen van de tarieven voor belastingen is een bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156 Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven voor de belastingen jaarlijks vaststelt. Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de levering van goederen of werken (welke niet vallen onder artikel 229 Gemeentewet) is een privaatrechtelijke besluit. Dergelijke besluiten zijn een bevoegdheid van het college (eerste lid, letter e artikel 160 Gemeentewet). Daar waar bij het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de levering van goederen of werken een publiek belang in het geding is en prijzen lager dan marktconform worden vastgesteld, is het aan de raad om het publiek belang te definiëren en het college kaders mee te geven voor het afwijken van marktconforme prijzen. Het tweede lid bepaalt dat de raad eens in de vier jaar deze kaders voor de prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerend goed vaststelt. Het derde lid bepaalt dat de collegebesluiten voor het vaststellen van de gemeentelijke tarieven voor rioolrechten, afvalstoffenheffing, leges en nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen ter kennisneming aan de raad worden aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel