Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10.

Rapportage

Onderdeel van Algemeen mandaatbesluit

Gelet op het voorgaande terzake van vertrouwen en de kaders waarbinnen gebruik gemaakt mag worden van het verleende mandaat, spreekt het voor zich dat over in mandaat genomen besluiten periodiek verantwoording afgelegd moet worden aan de mandaatgever. In algemene zin wordt over de (kwaliteit van de) uitoefening van bevoegdheden gerapporteerd door middel van de reguliere rapportages binnen de planning- en controlcyclus (marap). Ook de bevindingen van de accountant zijn een belangrijke bron van informatie, alsmede de jaarverslagen terzake van klachten en bezwaarschriften. Meer specifiek wordt per afdeling periodiek gerapporteerd aan de aan het betreffende onderwerp gerelateerde portefeuillehouder. Die rapportage betreft een cijfermatig en inhoudelijk overzicht van ingediende aanvragen en verleende vergunningen. Voor de frequentie van de rapportage wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij het stramien van rapportage binnen de planning- en controlcyclus. In voorkomend geval zal de portefeuillehouder (vakwethouder) relevante zaken terugleggen in het college danwel aan het college rapporteren.

Rechtspraak bij dit artikel