Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer een belanghebbende zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 18 vierde lid van de Wet niet nakomt wordt er een maatregel opgelegd overeenkomstig hoofdstuk 6 van deze verordening. 2.. Wanneer een belanghebbende overige uit de Wet voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van de verplichtingen als bedoeld in artikel 17 eerste lid van de Wet, niet nakomt wordt er een maatregel opgelegd overeenkomstig hoofdstuk 4 van deze verordening. 3.. Wanneer een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont danwel zich zeer ernstig misdraagt wordt een maatregel opgelegd overeenkomstig hoofdstuk 5 van deze verordening. 4.. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd met toepassing van artikel 18, tiende lid van de Wet. 5.. Een maatregel als bedoeld in het tweede en derde lid wordt afgestemd op de ernst van het feit, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden voor de persoon en diens gezin. 6.. In het besluit tot het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval vermeld: de reden voor de maatregel; de duur van de maatregel; de hoogte van de maatregel, uitgedrukt in een percentage of een bedrag; indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaard maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel