Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2017

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017. Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2017. Toelichting Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder toegelicht. Artikel 2.2.c t/m 2.2.s Pgb differentiatie Wat de pgb’s voor schoonmaakondersteuning, begeleiding individueel en groep, alsmede kortdurend verblijf betreft, geldt dat het college drie verschillende tarieven gehanteerd. Voor begeleiding groep geldt echter een uitzondering. Hier hanteert het college geen tarief voor uitvoering door personen uit het sociale netwerk of mantelzorgers, omdat ondersteuning door personen uit het sociale netwerk of mantelzorgers ten aanzien van begeleiding groep door het college niet mogelijk wordt geacht. De wetgever heeft ten aanzien van pgb’s een aantal uitgangspunten vastgesteld (artikel 2.3.6. Wmo 2015). Het pgb dient de cliënt in staat dient te stellen de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken. Daarnaast dient gewaarborgd te zijn dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Artikel 2.3.6, lid 4 Wmo 2015, geeft aan dat bij verordening kan worden bepaald onder welke voorwaarden betreffende het tarief, de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Gecontracteerde zorgaanbieder of hiermee vergelijkbaar: maximaal 100% Het tarief voor het betrekken van dienstverlening van een door het college gecontracteerde zorgaanbieder, dan wel met een gecontracteerde zorgaanbieder vergelijkbare aanbieder is gebaseerd op 100% van het tarief zoals het college betaalt aan de gecontracteerde zorgaanbieder. Het pgb voor ondersteuning geleverd door een met een gecontracteerde zorgaanbieder vergelijkbare aanbieder dient dan ook vergelijkbaar te zijn met het tarief dat de gemeente voor deze gecontracteerde zorgaanbieder betaalt. Zo bepaalt ook artikel 15, lid 4 van de Verordening. Hieruit volgt dat het (uur)tarief voor professionele ondersteuning via een pgb, maximaal gelijk is aan het (uur)tarief van de gecontracteerde aanbieders van de vergelijkbare maatwerkvoorziening. Derden, niet zijnde personen uit het sociale netwerk of mantelzorgers: maximaal 75% Het tarief voor het betrekken van dienstverlening door derden, niet zijnde iemand uit het sociale netwerk of een mantelzorger, bedraagt 75% van het tarief zoals het college betaalt aan de door het college gecontracteerde zorgaanbieder. De memorie van toelichting spreekt over het bij verordening opnemen op welke wijze de hoogte van het pgb wordt vastgesteld. Op grond van de toelichting blijkt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb. Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Gemeenten kunnen bij het vaststellen van tarieven in de Verordening bijvoorbeeld onderscheid maken tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale netwerk, door hulpverleners die werken volgens de kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s, etc). Op grond van artikel 2.3.6 van de wet is van belang dat het pgb de cliënt te allen tijde in staat stelt tot zelfredzaamheid of participatie. Het te bereiken doel dient gerealiseerd te kunnen worden. Sociale netwerk of mantelzorgers: maximaal 50% Het tarief voor het betrekken van dienstverlening door iemand uit het sociale netwerk dan wel een mantelzorger, bedraagt 50% van het tarief zoals het college betaalt aan de door het college gecontracteerde zorgaanbieder. Uit de memorie van toelichting blijkt dat de gemeente de ruimte heeft om te bepalen onder welke voorwaarden zij het mogelijk wil maken dat een pgb wordt gebruikt om mensen uit het sociale netwerk van de betrokkene financieel voor hun diensten te belonen. De regering heeft daarbij aangegeven dat de inzet van het sociale netwerk als zeer waardevol wordt geacht, maar dat het wenselijk is dat de beloning met een pgb daarvan beperkt blijft tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en efficiëntere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Maximaal mogelijke tarieven Bij de tariefsdifferentiatie is aangegeven dat het maxima betreft. De zorgaanbieder en derden dienen desgevraagd aannemelijk te maken dat alle kosten, waarop het tarief voor gecontracteerde aanbieder is gebaseerd, daadwerkelijk gemaakt worden. Indien bijvoorbeeld de huisvestingscomponent aantoonbaar lager is dan bij gecontracteerde aanbieders, zal het tarief lager kunnen worden vastgesteld. Artikel 2.2.w. Hoogte pgb voor woonvoorzieningen en de eventueel daarmee samenhangende kosten van onderhoud, verzekering, keuring en reparatie Normbedragen liften 2017 volgens contract, exclusief BTW Liften Buitenbocht Binnenbocht Rechte trap € 1.923,11 Rechte trap met onder of boven bocht 90° € 2.640,39 € 2.640,39 Rechte trap met 2 bochten 90°/90° € 3.049,82 € 3.049,82 De bedragen, genoemd in de tabel hierboven, worden jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. Artikel 2.2.x. Hoogte pgb voor de kosten van vloerbedekking en gordijnstof De prijzen zoals vermeld in de Nibudprijzengids bedragen voor 2016-2017: Vloerbedekking: € 38,50 per strekkende meter (1 bij 4 meter). Gordijnen (prijzen voor overgordijnen, op basis van dubbele plooi, 100 cm bij 150 cm, maakloon per baan van 140 cm en gordijnrail per meter, opgeteld: € 15,-- + € 8,25 + € 5,--): € 28,25. Bij een losse woonunit en een aanbouw wordt tevens een bedrag voor de kosten van stoffering van die unit verstrekt. De bedragen die hiervoor verstrekt worden, zijn overeenkomstig de Nibud-bedragen voor vergoeding voor vloerbedekking en gordijnen na sanering van de woning (zie hierboven). De bedragen, genoemd in deze toelichting, worden jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijzen zoals vermeld in de actuele Nibudprijzengids. Artikel 3.1 t/m 3.7 Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen Deze bepaling is een uitwerking van artikel 16, eerste lid, onder b, artikel 16, tweede lid, onder b en artikel 16 lid 3 en 4 van de Verordening. De bedragen per vier weken en de inkomensbedragen worden op grond van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd. Er wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid van artikel 3.8, lid 2 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 om de bijdrage anders vast te stellen dan artikel 3.8, lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De hoogte van de bijdragen voor beschermd wonen of verblijf in een opvang zijn geregeld in paragraaf 3 en 4 van Hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Artikel 3.8 Bijdrage voor onderhoud en verzekering maatwerkvoorzieningen Het bedrag voor onderhoud en verzekering wordt bepaald aan de hand van het tarief dat van toepassing is op de zaak of hulpmiddel onder Full Service per maand in het Voorkeurspakket Emmen. Dit tarief per maand wordt omgerekend naar een totaalbedrag voor de duur van 7 jaar. De duur van 7 jaar is gebaseerd op de consensus tussen landelijke leveranciers van hulpmiddelen, wanneer het gaat om de afschrijftermijn. Artikel 5. Waardering mantelzorgers Dit bedrag moet gezien worden als een gift voor de mantelzorger. Mantelzorgers kunnen zelf invulling geven aan waar zij het voor willen gebruiken. Artikel 6.1 Tegemoetkoming meerkosten De tegemoetkoming meerkosten wordt op grond van hoofdstuk 3.5 van de Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2016 op aanvraag verstrekt. Er is geen directe relatie tussen de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten en de kosten van het geval waarop de tegemoetkoming meerkosten betrekking heeft. In dit artikel worden de bedragen genoemd die gelden indien de aanvrager geen gebruik kan maken van het beschikbare collectieve vervoer en daarom is aangewezen op individueel vervoer per rolstoeltaxi, per eigen auto, dan wel vervoer door derden. De hoogte van de tegemoetkoming meerkosten voor de rolstoeltaxi is in 2007 bepaald door 2000 te verrijden kilometers per jaar (aanvaard door de Centrale Raad van Beroep) te vermenigvuldigen met het kilometertarief (regeling maximum tarief en bekendmaking tarieven taxivervoer –niveau 2007: basistarief € 6,64 + aantal km x € 1,91) en de uitkomst naar boven af te ronden tot een bedrag ad € 4.000,--. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, hetgeen neerkomt op € 4.731,48 per jaar vanaf 1 januari 2017. De hoogte van de tegemoetkoming meerkosten voor vervoer per eigen auto, dan wel vervoer door derden is voortgekomen uit de AAW. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, hetgeen neerkomt op € 1.226,36 per jaar vanaf 1 januari 2017. De vergoeding voor een bruikleenauto per 1 januari 2017 bedraagt € 734,60. Artikel 6.2 Tegemoetkoming meerkosten De werking van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is dat Wmo gebruikers met hogere inkomens een hogere eigen bijdrage betalen en dat inwoners zelf en vooraf bepalen of zij ondersteuning willen vanuit de gemeente of deze zelf willen kopen of (in)huren. Gemeenten moeten in de aanloop naar dit besluit over ondersteuning –in het keukentafelgesprek– aandacht besteden aan de financiële situatie en mogelijkheden van de cliënt in kwestie. Hierbij is het van belang dat inzet van een maatwerkvoorziening mogelijk blijft. Artikel 6.2 ziet hierop. Het uitgangspunt is geen doelgroepen te benoemen maar in specifieke, individuele gevallen de ruimte te laten om maatwerk te leveren, daar waar cliënten financieel klem zitten. Artikel 8. Het verwerven van grond Het aantal m² per vertrek dat voor deze maatwerkvoorziening in aanmerking komt is gemaximeerd. Zie de onderstaande tabel. a. Aantal m² waarvoor ten hoogste een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt, aangegeven per vertrek in een zelfstandige woning. Soort vertrek Maximaal aantal m² waarvoor een maatwerkvoorziening wordt verstrekt bij een aanbouw van een vertrek Maximaal aantal m² waarvoor een maatwerkvoorziening wordt verstrekt bij een uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek Woonkamer 30 6 Keuken 10 4 Eenpersoons slaapkamer 10 4 Tweepersoons slaapkamer 18 4 Toiletruimte 2 - Badkamer - wastafelruimte 2 1 - doucheruimte 3 2 Entree/gang/hal 5 2 Berging 6 4 b. Het aantal m² verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van paden, dan wel bij het aanpassen van bestaande paden ten hoogste voor financiële tegemoetkoming in aanmerking komt bedraagt 20m². Artikel 12. Indexering Door uit te gaan van de prijsindex voor de gezinsconsumptie wordt aangesloten bij de index, genoemd in artikel 3.8 van Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Jaarlijks worden de in artikel 6 genoemde bedragen aangepast aan de prijsontwikkeling op basis van de consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens van het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS). Het betreft de normbedragen voor de kosten voor het gebruik van een (rolstoel)taxi, of een eigen auto en de financiële tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten. De indexeringspercentages worden door Schulinck en de VNG berekend aan de hand van de consumentenprijsindex alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Er zijn echter verschillen tussen de indexeringspercentages die Schulinck berekent en de percentages zoals de VNG die (onder de WVG) berekende. Dat heeft te maken met het gebruik van verschillende berekeningsmethoden. Het CBS gebruikt zogenaamde voortschrijdende gemiddelden. Dit gemiddelde wordt per maand gepubliceerd. Het CBS publiceert haar jaargemiddelden op basis van de periode januari tot en met december. Om praktische redenen heeft de VNG er voor gekozen het jaar te laten lopen van december tot en met november. Dit doet Schulinck ook. De VNG gebruikt in de berekening van het indexpercentage slechts het voortschrijdend gemiddelde van de betreffende maanden december en november. In werkelijkheid moet het zogenaamde jaargemiddelde ('gemiddeld voortschrijdend gemiddelde') over de periode december tot en met november berekend worden. Dit moet vervolgens vergeleken worden met het jaargemiddelde van de voorafgaande periode december tot en met november. Uit die berekening volgt dan het correcte percentage. Het college houdt om die reden het indexpercentage van Schulinck aan. Bijlage In deze bijlage zijn de tarievenbladen schoonmaakondersteuning referentie persoonsgebonden budget, begeleiding referentie persoonsgebonden budget, beschermd wonen referentie persoonsgebonden budget en kortdurend verblijf referentie persoonsgebonden budget opgenomen. De bedragen, genoemd in de tarievenbladen hieronder, met uitzondering van het bedrag genoemd in het tarievenblad schoonmaakondersteuning, zijn in 2014 op basis van de NZa-tarieven door het college vastgesteld (ten behoeve van 2015) en kunnen jaarlijks worden gewijzigd aan de hand van de nominale index integratieuitkering Wmo. SCHOONMAAKONDERSTEUNING 2017 Tarievenblad schoonmaakondersteuning Schoonmaakondersteuning referentietarief per uur: € 21,05 BEGELEIDING 2017 Tarievenblad begeleiding 2017 Functie Eenheden per tarief Uurtarief Dagdeeltarief (= 4 uur) Reguliere begeleiding € 44,20 € 176,80 Gespecialiseerde begeleiding € 75,64 € 302,56 Reguliere dagbesteding € 8,35 € 33,42 Gespecialiseerde dagbesteding € 12,58 € 50,30 Persoonlijke verzorging € 41,62 BESCHERMD WONEN 2017 Tarievenblad beschermd wonen nieuwe instroom 2017 Nieuwe instroom 2017 (tarief inclusief dagbesteding) Dagvergoeding € 149,25 Dagvergoeding Plus € 223,33 Dagvergoeding Beschermd wonen thuis € 127,56 Dagvergoeding Beschermd wonen thuis Plus € 192,69 Tarievenblad beschermd wonen overgangsklanten 2017 ZZP Dagvergoeding (inclusief dagbesteding) GGZ-C1 € 91,03 GGZ-C2 € 125,35 GGZ-C3 € 139,72 GGZ-C4 € 163,66 GGZ-C5 € 175,83 GGZ-C6 € 223,33 Tarievenblad beschermd wonen overgangsklanten 2017 Dagvergoeding (VPT incl.) GGZ-C1 € 77,14 GGZ-C2 € 107,46 GGZ-C3 € 118,98 GGZ-C4 € 139,53 GGZ-C5 € 150,24 GGZ-C6 € 192,69 KORTDUREND VERBLIJF 2017 Tarievenblad kortdurend verblijf Kortdurend verblijf referentietarief per etmaal: € 101,--

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel