Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.

Weigeren aanvraag of beëindigen schuldhulpverlening

Onderdeel van Beleidsregel schuldhulpverlening Den Haag 2017

1.. Het college kan besluiten de aanvraag te weigeren of de geboden schuldhulpverlening te beëindigen. Het college besluit in ieder geval daartoe indien: aanvrager of belanghebbende niet (langer) behoort tot de doelgroep; de gevraagde of geboden schuldhulpverlening naar het oordeel van het college niet (langer) passend is; uit omstandigheden of houding en gedrag blijkt dat aanvrager of belanghebbende één of meerdere verplichtingen zoals genoemd in artikel 4.2. van deze beleidsregel niet of in onvoldoende mate is nagekomen; aanvrager of belanghebbende vanwege in de persoon gelegen factoren niet (langer) in staat is het aanbod schuldhulpverlening te volgen; aanvrager of belanghebbende zich ernstig misdraagt ten opzichte van medewerkers die belast zijn met de uitvoering van schuldhulpverlening; aanvrager of belanghebbende verzoekt om beëindiging. 2.. Voordat het college op grond van schending van één of meerdere verplichtingen zoals genoemd in artikel 4.2. van deze beleidsregel besluit een aanvraag te weigeren of geboden schuldhulpverlening te beëindigen, wordt de aanvrager of belanghebbende een redelijke termijn geboden om alsnog de ontbrekende informatie te verstrekken of medewerking te verlenen. 3.. Het college weigert de toegang tot een schuldregeling als die niet redelijkerwijs kan slagen vanwege de aanwezigheid van schulden die wettelijk niet, of nog niet geheel of gedeeltelijk, kwijtgescholden kunnen worden en waarvan aflossing niet kan worden uitgesteld tot na afloop van een te treffen schuldregeling. 4.. Het college weigert de toegang tot een schuldregeling voor de persoon die veroordeeld is voor fraude of daarvoor een bestuurlijke sanctie opgelegd heeft gekregen. 5.. Van een weigering als bedoeld in sub 3 van dit artikel kan worden afgezien wanneer de fraudevordering niet te verwijten valt, of wanneer de fraudegedraging meer dan 3 jaar geleden plaatsvond, of wanneer toegang tot een schuldregeling in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers. 6.. Een traject schuldregeling eindigt van rechtswege: bij het overlijden van aanvrager of belanghebbende; bij het bereiken van de doelen zoals genoemd in het plan van aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel