Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 25

Instandhoudingsbepaling archeologische terreinen

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden

1.. Het is verboden om in een gemeentelijk monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2, of een archeologisch verwachtingsgebied of terrein van hoge waarde, bedoeld in artikel 1, onder n en o, de bodem onder het maaiveld te verstoren dieper dan: 30 cm op terrein binnen de stadsgrachten van Leeuwarden alsook op terpen van hoge waarde en historische dorpskernen van hoge waarde en hoge verwachtingswaarde; 40 cm bij terpen van hoge verwachtingswaarde en in het resterend buitengebied; 50 cm in de bebouwde kom, buiten de historische kern van Leeuwarden en die van de dorpen. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: het een verstoring betreft van een archeologisch monument, een terrein van hoge waarde of een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardekaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een terrein dat beschermd is als gemeentelijk archeologisch monument en het te verstoren gebied kleiner is dan 25 m2, of; in een terrein van hoge archeologische waarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2, of; in een terrein met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2, of; in een terrein met middelhoge archeologische verwachtingswaarde 1 en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, of; in een terrein met middelhoge archeologische verwachtingswaarde 2 en het te verstoren gebied is kleiner dan 2500 m2, of; in een terrein met middelhoge archeologische verwachtingswaarde 3 en het te verstoren gebied kleiner is dan 5000 m2. in het geldende bestemmingsplan met lid 1 en 2a overeenkomende bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg en archeologische waarden. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument, terrein van hoge waarde of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardekaart. een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 3.. Indien lid 2 van toepassing is, kan door de initiatiefnemer worden volstaan met een schriftelijke kennisgeving aan het college, waarop binnen vier weken na ontvangst moet worden gereageerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel