Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII

Artikel 35

Citeertitel

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden

Deze verordening wordt aangehaald als 'Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden'. Bijlage1:“Selectiecriteria gemeentelijke monumenten” behorende bij de Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden Selectiecriteria artikel 3, lid 7. Een monument wordt gewaardeerd aan de hand van de volgende selectiecriteria: Algemene criteria Objectgebonden criteria: object en omgeving Objectgebonden criteria: intrinsiek Overige criteria 1. Algemene criteria Op de gemeentelijke monumentenlijst kunnen onroerende zaken worden geplaatst: gebouwen of groepen gebouwen, parken en begraafplaatsen en ook pompen, fonteinen, hekwerken en dergelijke. Op de gemeentelijke monumentenlijst kunnen ook delen van gebouwen, zoals een voorgevel, een gevelteken, of een interieur, mits aard- en nagelvast verbonden aan het object, worden geplaatst. In de redengevende omschrijving wordt aangegeven om welk deel het gaat. In uitzonderlijke gevallen kunnen zaken die naar hun aard roerend zijn, wel de beschermde status krijgen. Het object moet dan fysiek verbonden zijn met een aan te wijzen of reeds aangewezen (beschermd) monument en hier een historisch-functionele relatie mee hebben, of het moet vanuit zijn aard cultuurhistorisch met een aan te wijzen of reeds aangewezen (beschermd) monument verbonden zijn. Het kan dan worden beschermd op basis van de redengevende omschrijving. Bomen, schepen en voertuigen komen niet in aanmerking voor aanwijzing. De aan te wijzen onroerende en roerende zaken zijn geen beschermd monument (rijksmonument) of provinciaal monument. Gemeentelijke monumenten zijn niet gebonden aan een ontstaansgrens. Zaken, jonger dan 50 jaar, kunnen gemeentelijk monument worden. Gemeentelijke monumenten worden geselecteerd op hun cultuurhistorische waarde in de breedste zin van het woord. Gemeentelijke monumenten worden geselecteerd op hun locale of regionale belang. 2. Objectgebonden criteria: object en omgeving Ensemblewaarde Maakt het object deel uit van een groter geheel (architectonisch, functioneel enz.) en zou het geheel door verwijdering of aantasting van het object aan waarde inboeten? Stedenbouwkundige situering De rol in het straatbeeld. Staat het object bijvoorbeeld op een stedenbouwkundig belangrijke plaats zoals een straathoek of in een zichtas? Volume en afmetingen Is het object in z’n hoofdvorm en afmetingen karakteristiek voor de omgeving of vormt het juist door zijn afwijkende maten een waardevol element in de gebouwde en ingerichte omgeving? Architectonische kwaliteit Getuigt het ontwerp van goede architectuur? Bouwstijl Is het object een voortbrengsel van een voor de stad en omgeving kenmerkende of juist zeldzame bouwstijl? Detaillering Draagt het object door een goede of bijzondere detaillering bij aan de ruimtelijke beleving in de onmiddellijke omgeving van het object? Typologie Is het object in typologisch opzicht uniek of vertegenwoordigt het een zeldzaamheidswaarde? 3. Objectgebonden criteria: intrinsiek Gaafheid De (mate van) gaafheid van het volledige object: zijn er storende of juist waardevolle wijzigingen, vormt het object in voldoende mate een eenheid? Oorspronkelijkheid In hoeverre heeft het object nog historische bouwmassa? Bestaan bijvoorbeeld muren, vloeren en kapconstructies nog uit authentiek materiaal uit de bouwtijd of betreft het materiaal van reconstructies of restauraties? Oeuvre Maakt het object deel uit van het oeuvre van een belangrijk architect en/of is het karakteristiek voor dat oeuvre? Functie Is het object karakteristiek voor een bijzondere historische ontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg, sociale zorg, landbouw, economie of cultuur? Bouwtechniek Kent het object bijzondere toepassingen van bouwtechniek of is de bouwtechniek kenmerkend voor de regionale of locale bouwwijze? Materiaalgebruik Kent het object opmerkelijke materiaaltoepassingen (baksteen, ijzer, beton, glas, decoraties e.d.)? Interieurs Zijn in het interieur waardevolle onderdelen aanwezig (ruimte-indeling, betimmeringen en kastenwanden, elementen als schouwen, tegels of schilderstukken, geschilderde afwerkingen e.d.)? Niet-fysieke cultuurhistorische waarden Hierbij moet worden gedacht aan de rol die een object heeft gespeeld in de Leeuwarder geschiedenis: geboortehuizen van bijzondere inwoners, plaatsen waar zich belangrijke gebeurtenissen hebben afgespeeld enz. 4. Objectgebonden criteria: overige ·Technische staat Toepassing van de selectiecriteria Voor het toepassen van de selectiecriteria kan gebruik gemaakt worden van een scorematrix. Per onderdeel kan daarbij door middel van tekens (bijvoorbeeld: --, -, 0, + of ++) of cijfers (bijvoorbeeld 1, 2, 3, 4, 5) worden aangegeven of en in welke mate de omschreven waarden aanwezig zijn en bijdragen aan de monumentwaarde dan wel ernstig verstoord zijn en afbreuk daaraan doen. Het is echter niet mogelijk exacte score-eisen te stellen als voorwaarde voor de uiteindelijke selectie. De vorenstaande selectiecriteria en het globale scoresysteem vormen in de eerste plaats een hulpmiddel. De vorming van het eindoordeel vraagt meer dan het tellen van "plusjes en minnetjes". Elk voorstel of aanvraag voor plaatsing op de monumentenlijst vergt een afzonderlijke beslissing op grond van een overtuigende motivering. Het eindoordeel zal terug te vinden zijn in de zogenaamde redengevende omschrijving van het object dat wordt voorgedragen voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst, ofwel, bij een negatieve beoordeling, in een gemotiveerde afwijzing van de aanvraag. Bijlage 2: “Selectiecriteria archeologische gemeentelijke monumenten” behorende bij de Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden Selectiecriteria artikel 3, lid 7. Voor de selectiecriteria archeologische gemeentelijke monumenten wordt gebruik gemaakt van de systematiek uit de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). In de eerste plaats wordt nagegaan of monumenten vanwege hun belevingswaarde, op basis van hun schoonheid of herinneringswaarde, als behoudenswaardig kunnen worden getypeerd. Deze elementen worden niet gescoord, maar wel meegewogen in de afweging. De monumenten worden vervolgens op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Een monument wordt op basis van fysieke kwaliteit als behoudenswaardig aangemerkt, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (vijf of zes punten) scoren. Bij een lage of middelmatige score (4 punten of minder) is de inhoudelijke kwaliteit doorslaggevend. Hierbij maakt een bovengemiddelde score (6-7 punten) een vindplaats monumentwaardig. Eerst vindt een afweging plaats op de eerste drie inhoudelijke kwaliteitscriteria: zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van zeven punten of meer wordt het monument als behoudenswaardig aangemerkt. Na deze weging wordt bij monumenten met een lagere inhoudelijke waardering (minder dan zeven punten) nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is. Zo ja, dan wordt een voorstel gedaan voor een als behoudenswaardig aan te merken steekproef per categorie. Waardering Bij de waarde Fysieke kwaliteit gaat het in de eerste plaats om de gaafheid van het monument; in hoeverre is het archeologische ensemble compleet. Wanneer het gaat om gaafheid, wordt verder gekeken naar de toestand van de grondsporen. Het criterium conservering heeft betrekking op de bewaringstoestand van de vondsten (anorganisch en organisch) en ecologisch materiaal. Van de waarde inhoudelijke kwaliteit, is het criterium zeldzaamheid het eerste dat bij het waarderen in beschouwing wordt genomen. Bij het criterium informatiewaarde gaat het om de waarde van de vindplaats als bron van kennis over het verleden. Het gaat dan met name om nieuwe kennis, zodat er een sterk verband bestaat met het criterium zeldzaamheid. Tenslotte zijn er de criteria ensemblewaarde en representativiteit, de informatie van een vindplaats die voortkomt uit de landschappelijke context, naburige vindplaatsen en de kenmerkendheid voor een bepaalde periode of gebied. Scoretabel waardestelling waarden criteria parameters Scores Hoog Midden Laag Beleving Schoonheid Zichtbaarheid vanaf het maaiveld als landschapselement Wordt niet gescoord Vorm en structuur Wordt niet gescoord Relatie met omgeving Wordt niet gescoord Herinneringswaarde Verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenis Wordt niet gescoord Associatie met toegeschreven kwaliteit of betekenis Wordt niet gescoord Fysieke kwaliteit Gaafheid Aanwezigheid van soort en intactheid bodemprofiel 3 2 1 Aanwezigheid sporen: antropogene lagen, biochemische laag of residu 3 2 1 Aanwezigheid archeologische indicatoren voor menselijke activiteiten 3 2 1 Ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen 3 2 1 Conservering Conservering artefacten (metaal/overig) 3 2 1 Conservering organisch materiaal 3 2 1 Inhoudelijke kwaliteit Zeldzaamheid In vergelijking met onderzoek van vergelijkbare monumenten (complextypen) van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde perioden binnen dezelfde archeoregio waarvan de aanwezigheid is vastgesteld 3 2 1 Idem, op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart 3 2 1 Informatiewaarde In vergelijking met onderzoek van vergelijkbare monumenten binnen dezelfde archeoregio (minder/meer dan 5 jaar geleden; volledig/partieel) 3 2 1 Ensemblewaarde Synchrone context (voorkomen van monumenten uit dezelfde periode binnen de micro-regio) 3 2 1 Diachrone context (voorkomen van monumenten uit opeenvolgende perioden binnen de micro-regio) 3 2 1 Landschappelijke context (fysisch- en historisch-geografische gaafheid van het contemporaine landschap) 3 2 1 Aanwezigheid van contemporaine organische sedimenten in de directe omgeving 3 2 1 Representativiteit Kenmerkendheid voor een bepaald gebied en/of periode 3 2 1 Bijlage 3: “Selectiecriteria gemeentelijke stads- en dorpsgezichten” behorende bij de Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden Selectiecriteria artikel 15, lid 4. Een gemeentelijke stads- of dorpsgezicht wordt gewaardeerd aan de hand van de volgende selectiecriteria: Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden Cultuurhistorische waarden Situationele waarden Gaafheid/herkenbaarheid Zeldzaamheid 1. Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden Betekenis van het gebied voor de geschiedenis van de ruimtelijke ordening en/of stedenbouw; Betekenis van het gebied wegens de bijzondere samenhang van functies, schaal, verschijningsvorm, wegen, wateren, groenvoorzieningen en open ruimten, mede in relatie tot de regionale of lokale ontwikkelingsgeschiedenis; Betekenis van het gebied wegens hoogwaardige ruimtelijke, esthetische en/of functionele kwaliteiten, op basis van een herkenbaar stedenbouwkundig concept; Betekenis van het gebied wegens bijzondere verkaveling, inrichting van de openbare ruimte en/of specifieke functies. 2. Cultuurhistorische waarden Betekenis van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaal-economische en/of geestelijke ontwikkeling(en); Betekenis van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling(en); Betekenis van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) technische, structurele en/of functionele ontwikkeling(en); Betekenis van het gebied wegens de innovatieve waarde of het pionierskarakter. 3. Situationele waarden Betekenis van het gebied wegens de bijzondere samenhang van historisch-ruimtelijke, structurele, esthetische en/of functionele kwaliteiten van bebouwde en onbebouwde ruimten in relatie tot hun stedelijke of landschappelijke omgeving; Betekenis van het gebied wegens de hoogwaardige kwaliteit van de aanwezige bebouwing (monumenten) en hun groepering in relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of terreingesteldheid. 4. Gaafheid/Herkenbaarheid Betekenis van het gebied wegens de herkenbaarheid of gaafheid van de (oorspronkelijke) historisch-ruimtelijke structuur, bebouwing en functionele opzet als geheel; Betekenis van het gebied wegens de architectonische gaafheid van de (oorspronkelijke) bebouwing; Betekenis van het gebied wegens de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke of landschappelijke omgeving. 5. Zeldzaamheid Betekenis van het gebied wegens de unieke verschijningsvorm vanuit historisch-ruimtelijk, stedenbouwkundig, functioneel en/of landschappelijk oogpunt; Uitzonderlijke betekenis van het gebied wegens één of meer onder 1 t/m 4 genoemde kwaliteiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel