Deze verordening wordt aangehaald als
'Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden'.
Bijlage1:“Selectiecriteria
gemeentelijke monumenten” behorende bij de
Erfgoedverordening gemeente
Leeuwarden
Selectiecriteria artikel 3, lid
7.
Een monument wordt gewaardeerd aan de hand van de volgende
selectiecriteria:
Algemene criteria
Objectgebonden criteria: object en omgeving
Objectgebonden criteria: intrinsiek
Overige criteria
1. Algemene criteria
Op de gemeentelijke monumentenlijst kunnen onroerende zaken
worden geplaatst: gebouwen of groepen gebouwen, parken en
begraafplaatsen en ook pompen, fonteinen, hekwerken en
dergelijke.
Op de gemeentelijke monumentenlijst kunnen ook delen van
gebouwen, zoals een voorgevel, een gevelteken, of een interieur,
mits aard- en nagelvast verbonden aan het object, worden
geplaatst. In de redengevende omschrijving wordt aangegeven om
welk deel het gaat.
In uitzonderlijke gevallen kunnen zaken die naar hun aard
roerend zijn, wel de beschermde status krijgen. Het object moet
dan fysiek verbonden zijn met een aan te wijzen of reeds
aangewezen (beschermd) monument en hier een
historisch-functionele relatie mee hebben, of het moet vanuit
zijn aard cultuurhistorisch met een aan te wijzen of reeds
aangewezen (beschermd) monument verbonden zijn. Het kan dan
worden beschermd op basis van de redengevende omschrijving.
Bomen, schepen en voertuigen komen niet in aanmerking voor
aanwijzing.
De aan te wijzen onroerende en roerende zaken zijn geen
beschermd monument (rijksmonument) of provinciaal monument.
Gemeentelijke monumenten zijn niet gebonden aan een
ontstaansgrens. Zaken, jonger dan 50 jaar, kunnen gemeentelijk
monument worden.
Gemeentelijke monumenten worden geselecteerd op hun
cultuurhistorische waarde in de breedste zin van het woord.
Gemeentelijke monumenten worden geselecteerd op hun locale of
regionale belang.
2. Objectgebonden criteria: object en omgeving
Ensemblewaarde Maakt het object deel uit van een groter geheel
(architectonisch, functioneel enz.) en zou het geheel door
verwijdering of aantasting van het object aan waarde
inboeten?
Stedenbouwkundige situering De rol in het straatbeeld. Staat het
object bijvoorbeeld op een stedenbouwkundig belangrijke plaats
zoals een straathoek of in een zichtas?
Volume en afmetingen Is het object in z’n hoofdvorm en
afmetingen karakteristiek voor de omgeving of vormt het juist
door zijn afwijkende maten een waardevol element in de gebouwde
en ingerichte omgeving?
Architectonische kwaliteit Getuigt het ontwerp van goede
architectuur?
Bouwstijl Is het object een voortbrengsel van een voor de stad
en omgeving kenmerkende of juist zeldzame bouwstijl?
Detaillering Draagt het object door een goede of bijzondere
detaillering bij aan de ruimtelijke beleving in de onmiddellijke
omgeving van het object?
Typologie Is het object in typologisch opzicht uniek of
vertegenwoordigt het een zeldzaamheidswaarde?
3. Objectgebonden criteria: intrinsiek
Gaafheid De (mate van) gaafheid van het volledige object: zijn
er storende of juist waardevolle wijzigingen, vormt het object
in voldoende mate een eenheid?
Oorspronkelijkheid In hoeverre heeft het object nog historische
bouwmassa? Bestaan bijvoorbeeld muren, vloeren en
kapconstructies nog uit authentiek materiaal uit de bouwtijd of
betreft het materiaal van reconstructies of restauraties?
Oeuvre Maakt het object deel uit van het oeuvre van een
belangrijk architect en/of is het karakteristiek voor dat
oeuvre?
Functie Is het object karakteristiek voor een bijzondere
historische ontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg,
sociale zorg, landbouw, economie of cultuur?
Bouwtechniek Kent het object bijzondere toepassingen van
bouwtechniek of is de bouwtechniek kenmerkend voor de regionale
of locale bouwwijze?
Materiaalgebruik Kent het object opmerkelijke
materiaaltoepassingen (baksteen, ijzer, beton, glas, decoraties
e.d.)?
Interieurs Zijn in het interieur waardevolle onderdelen aanwezig
(ruimte-indeling, betimmeringen en kastenwanden, elementen als
schouwen, tegels of schilderstukken, geschilderde afwerkingen
e.d.)?
Niet-fysieke cultuurhistorische waarden Hierbij moet worden
gedacht aan de rol die een object heeft gespeeld in de
Leeuwarder geschiedenis: geboortehuizen van bijzondere inwoners,
plaatsen waar zich belangrijke gebeurtenissen hebben afgespeeld
enz.
4. Objectgebonden criteria: overige
·Technische staat
Toepassing van de selectiecriteria
Voor het toepassen van de selectiecriteria kan gebruik gemaakt worden
van een scorematrix. Per onderdeel kan daarbij door middel van tekens
(bijvoorbeeld: --, -, 0, + of ++) of cijfers (bijvoorbeeld 1, 2, 3, 4,
5) worden aangegeven of en in welke mate de omschreven waarden aanwezig
zijn en bijdragen aan de monumentwaarde dan wel ernstig verstoord zijn
en afbreuk daaraan doen.
Het is echter niet mogelijk exacte score-eisen te stellen als voorwaarde
voor de uiteindelijke selectie. De vorenstaande selectiecriteria en het
globale scoresysteem vormen in de eerste plaats een hulpmiddel. De
vorming van het eindoordeel vraagt meer dan het tellen van "plusjes en
minnetjes". Elk voorstel of aanvraag voor plaatsing op de
monumentenlijst vergt een afzonderlijke beslissing op grond van een
overtuigende motivering. Het eindoordeel zal terug te vinden zijn in de
zogenaamde redengevende omschrijving van het object dat wordt
voorgedragen voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst, ofwel,
bij een negatieve beoordeling, in een gemotiveerde afwijzing van de
aanvraag.
Bijlage 2:
“Selectiecriteria archeologische
gemeentelijke monumenten” behorende bij de
Erfgoedverordening gemeente
Leeuwarden
Selectiecriteria artikel 3, lid 7.
Voor de selectiecriteria archeologische gemeentelijke monumenten wordt
gebruik gemaakt van de systematiek uit de vigerende Kwaliteitsnorm
Nederlandse Archeologie (KNA).
In de eerste plaats wordt nagegaan of monumenten vanwege hun
belevingswaarde, op basis van hun schoonheid of herinneringswaarde, als
behoudenswaardig kunnen worden getypeerd. Deze elementen worden niet
gescoord, maar wel meegewogen in de afweging. De monumenten worden
vervolgens op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Een monument wordt op
basis van fysieke kwaliteit als behoudenswaardig aangemerkt, indien de
criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (vijf of zes
punten) scoren. Bij een lage of middelmatige score (4 punten of minder)
is de inhoudelijke kwaliteit doorslaggevend. Hierbij maakt een
bovengemiddelde score (6-7 punten) een vindplaats monumentwaardig. Eerst
vindt een afweging plaats op de eerste drie inhoudelijke
kwaliteitscriteria: zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde.
Bij een bovengemiddelde score van zeven punten of meer wordt het
monument als behoudenswaardig aangemerkt. Na deze weging wordt bij
monumenten met een lagere inhoudelijke waardering (minder dan zeven
punten) nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is.
Zo ja, dan wordt een voorstel gedaan voor een als behoudenswaardig aan
te merken steekproef per categorie.
Waardering
Bij de waarde Fysieke kwaliteit gaat het in de eerste plaats om de
gaafheid van het monument; in hoeverre is het archeologische ensemble
compleet. Wanneer het gaat om gaafheid, wordt verder gekeken naar de
toestand van de grondsporen.
Het criterium conservering heeft betrekking op de bewaringstoestand van
de vondsten (anorganisch en organisch) en ecologisch materiaal.
Van de waarde inhoudelijke kwaliteit, is het criterium zeldzaamheid het
eerste dat bij het waarderen in beschouwing wordt genomen.
Bij het criterium informatiewaarde gaat het om de waarde van de
vindplaats als bron van kennis over het verleden. Het gaat dan met name
om nieuwe kennis, zodat er een sterk verband bestaat met het criterium
zeldzaamheid.
Tenslotte zijn er de criteria ensemblewaarde en representativiteit, de
informatie van een vindplaats die voortkomt uit de landschappelijke
context, naburige vindplaatsen en de kenmerkendheid voor een bepaalde
periode of gebied.
Scoretabel waardestelling
waarden
criteria
parameters
Scores
Hoog
Midden
Laag
Beleving
Schoonheid
Zichtbaarheid vanaf het maaiveld als
landschapselement
Wordt niet gescoord
Vorm en structuur
Wordt niet gescoord
Relatie met omgeving
Wordt niet gescoord
Herinneringswaarde
Verbondenheid met feitelijke historische
gebeurtenis
Wordt niet gescoord
Associatie met toegeschreven kwaliteit of
betekenis
Wordt niet gescoord
Fysieke kwaliteit
Gaafheid
Aanwezigheid van soort en intactheid
bodemprofiel
3
2
1
Aanwezigheid sporen: antropogene lagen, biochemische
laag of residu
3
2
1
Aanwezigheid archeologische indicatoren voor
menselijke activiteiten
3
2
1
Ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen
3
2
1
Conservering
Conservering artefacten (metaal/overig)
3
2
1
Conservering organisch materiaal
3
2
1
Inhoudelijke kwaliteit
Zeldzaamheid
In vergelijking met onderzoek van vergelijkbare
monumenten (complextypen) van goede fysieke
kwaliteit uit dezelfde perioden binnen dezelfde
archeoregio waarvan de aanwezigheid is
vastgesteld
3
2
1
Idem, op basis van een recente en specifieke
verwachtingskaart
3
2
1
Informatiewaarde
In vergelijking met onderzoek van vergelijkbare
monumenten binnen dezelfde archeoregio (minder/meer
dan 5 jaar geleden; volledig/partieel)
3
2
1
Ensemblewaarde
Synchrone context (voorkomen van monumenten uit
dezelfde periode binnen de micro-regio)
3
2
1
Diachrone context (voorkomen van monumenten uit
opeenvolgende perioden binnen de micro-regio)
3
2
1
Landschappelijke context (fysisch- en
historisch-geografische gaafheid van het
contemporaine landschap)
3
2
1
Aanwezigheid van contemporaine organische sedimenten
in de directe omgeving
3
2
1
Representativiteit
Kenmerkendheid voor een bepaald gebied en/of
periode
3
2
1
Bijlage 3: “Selectiecriteria gemeentelijke stads- en
dorpsgezichten” behorende bij de Erfgoedverordening gemeente
Leeuwarden
Selectiecriteria artikel 15, lid
4.
Een gemeentelijke stads- of dorpsgezicht wordt gewaardeerd aan de hand
van de volgende selectiecriteria:
Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden
Cultuurhistorische waarden
Situationele waarden
Gaafheid/herkenbaarheid
Zeldzaamheid
1. Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden
Betekenis van het gebied voor de geschiedenis van de ruimtelijke
ordening en/of stedenbouw;
Betekenis van het gebied wegens de bijzondere samenhang van
functies, schaal, verschijningsvorm, wegen, wateren,
groenvoorzieningen en open ruimten, mede in relatie tot de
regionale of lokale ontwikkelingsgeschiedenis;
Betekenis van het gebied wegens hoogwaardige ruimtelijke,
esthetische en/of functionele kwaliteiten, op basis van een
herkenbaar stedenbouwkundig concept;
Betekenis van het gebied wegens bijzondere verkaveling,
inrichting van de openbare ruimte en/of specifieke
functies.
2. Cultuurhistorische waarden
Betekenis van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een)
culturele, sociaal-economische en/of geestelijke
ontwikkeling(en);
Betekenis van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een)
geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke
ontwikkeling(en);
Betekenis van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een)
technische, structurele en/of functionele ontwikkeling(en);
Betekenis van het gebied wegens de innovatieve waarde of het
pionierskarakter.
3. Situationele waarden
Betekenis van het gebied wegens de bijzondere samenhang van
historisch-ruimtelijke, structurele, esthetische en/of
functionele kwaliteiten van bebouwde en onbebouwde ruimten in
relatie tot hun stedelijke of landschappelijke omgeving;
Betekenis van het gebied wegens de hoogwaardige kwaliteit van de
aanwezige bebouwing (monumenten) en hun groepering in relatie
met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of
terreingesteldheid.
4. Gaafheid/Herkenbaarheid
Betekenis van het gebied wegens de herkenbaarheid of gaafheid
van de (oorspronkelijke) historisch-ruimtelijke structuur,
bebouwing en functionele opzet als geheel;
Betekenis van het gebied wegens de architectonische gaafheid van
de (oorspronkelijke) bebouwing;
Betekenis van het gebied wegens de structurele en/of visuele
gaafheid van de stedelijke of landschappelijke omgeving.
5. Zeldzaamheid
Betekenis van het gebied wegens de unieke verschijningsvorm
vanuit historisch-ruimtelijk, stedenbouwkundig, functioneel
en/of landschappelijk oogpunt;
Uitzonderlijke betekenis van het gebied wegens één of meer onder
1 t/m 4 genoemde kwaliteiten.