**1.** Het lid of plaatsvervangend lid, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onder a, neemt niet deel aan de beraadslagingen en stemming over een klacht tegen een besluit dat genomen is door de instelling waarmee hij op enigerlei wijze een binding heeft.
**2.** Indien klachten moeten worden behandeld waarover een lid niet mag beraadslagen of stemmen, draagt de voorzitter er zorg voor, dat de plaatsvervanger van het lid ter vergadering aanwezig is.