**1..** Voor zover het geen situatie betreft als bedoeld in artikel 58, eerste lid, Participatiewet, artikel 25, eerste lid, van de IOAW en de IOAZ:
ziet het college af van terugvordering en/of incasso indien het totaal terug te vorderen of te innen bedrag lager is dan € 125,00 netto en er niet verrekend kan worden op grond van artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek;
ziet het college af van (verdere) invordering indien de totale restschuld lager is dan € 50,00 en indien niet is te verwachten dat de restschuld binnen vier maanden kan worden geïnd.
**2..** Lid 1 geldt ook ten aanzien van vorderingen op grond van de Wi, de Wmo, het Bbz en de Wko.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.1
Artikel 5
Afzien van terugvordering en/of invordering bij kruimelbedragen
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering, opleggen boetes en verhaalsbijdragen Participatiewet, IOAW en IOAZ Zoetermeer 2017