Naar hoofdinhoud

Artikel 3

en 4 Voorkeursvolgorde onroerende-zaakbelasting eigenaar

Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie 2017

3.. Met betrekking tot de onroerende-zaakbelasting eigenaar wordt, indien er met betrekking tot één onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: de eigenaar of de appartementsgerechtigde; de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt: 3.2.1 de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; 3.2.2 de erfpachter; 3.2.3 de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft. 4.. Met betrekking tot de onroerende-zaakbelasting eigenaar wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: indien er binnen één categorie genothebbenden personen zijn: 4.1.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 4.1.2 degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt; 4.1.3 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd; 4.1.4 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 4.1.5 de oudste man, in geval van gelijktijdige vestiging in het belastingobject; 4.1.6 de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden.

Rechtspraak bij dit artikel