Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Marktverordening 2017 Hof van Twente

a.. College: het college van Burgemeester en Wethouders. b.. Weekmarkt: de door het college ingestelde warenmarkt. c.. Marktterrein: de gehele openbare of voor publiek toegankelijke oppervlakte grond die bij of krachtens artikel 1.2 is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel. d.. Standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel. e.. Vaste plaats: de standplaats die op een weekmarkt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder. f.. Dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen, dan wel ingenomen, op de weekmarkt. g.. Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat artikel te bewegen. h.. Vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt. i.. Wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste plaats. j.. Anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste plaats op de weekmarkt. k.. Bijzondere opsporingsambtenaar: de persoon, die als zodanig met de opsporing van de bij artikel 4.1 van de marktverordening strafbaar gestelde feiten is belast, evenals de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde opsporingsambtenaren. l.. Branche-indeling: de door het college vastgestelde indeling in artikelgroepen en het aantal vastgestelde vaste standplaatsen per artikelgroep per markt. m.. Levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, wat blijkt uit een schriftelijke verklaring ingericht volgens door het college te stellen regels. n.. Marktgeld: gelden die verplicht zijn te voldoen voor het innemen van een vaste of dagplaats op de weekmarkt. o.. Marktcommissie: twee vertegenwoordigers van vaste standplaatshouders per markt, de beleidsmedewerker economische zaken en de portefeuillehouder weekmarkten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel