1.Als een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het college een vergunning waarin in ieder geval is opgenomen:
**a..** de naam en voorletters, de geboortedatum en geboorteplaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;
**b..** een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met nummer en de afmetingen daarvan;
**c..** de verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken, danwel in een verkoopwagen of kraam, die een goede uitstraling hebben en veilig zijn;
**d..** de artikelen (branche) die de vergunninghouder mag verhandelen;
**e..** de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op dat moment op de anciënniteitlijst;
**f..** dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert.
2.Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan het college aan de vergunning voorschriften en beperkingen opnemen.