Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening 2017

1.. In en bij toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een beplanting van bosplantsoen; boom: een houtachtig, opgaand gewas, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld; ingeval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; in afwijking van het hiervoor gestelde kan de dwarsdoorsnede kleiner zijn dan 20 resp. 10 centimeter, indien sprake is van een houtopstand in het kader van een herplantof een instandhoudingsplicht als bedoeld in de artikelen 4 en 5; hakhout: één of meer bomen of boomvormers die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; vellen: het rooien of kappen van een houtopstand met inbegrip van het verplanten alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; dunning: velling welke uitsluitend als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand; afzetten: het op een zodanige wijze kappen van een houtopstand dat deze opnieuw kan uitlopen; bebouwingscontour houtkap: het stedelijk gebied van de gemeente en het gebied dat daaraan grenst, aangewezen en vastgesteld ingevolge artikel 11.111, lid 2 aanhef en onder a. van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving;. boomwaarde: de waarde van de boom voor de omgeving in relatie tot de mogelijke overlast die door de boom wordt veroorzaakt; de boomwaarde wordt bepaald aan de hand van een door het bevoegde gezag vast te stellen berekeningsmethode; tuin: het perceel grond dat behoort en direct is gelegen bij een woning en dat hoofdzakelijk een beeldbepalende en/of recreatieve functie heeft; erf: het perceel grond of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, blijkens de functies van het omgevingsplan voor deze inrichting in aanmerking komt; bevoegd gezag: het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 5.8 van de Omgevingswet;; zieke boom: een boom die volgens een VTA-inspectie van een gecertificeerd boomveiligheidscontroleur tengevolge van ziekte of schimmelaantasting een levensverwachting van minder dan 5 jaren heeft en daardoor een gevaar voor de omgeving kan zijn; dode boom: een boom die geheel afgestorven is. 2.. In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan het opkronen van bomen anders dan op een bosbouwkundig verantwoorde wijze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel