Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vastgestelde boetes voor verschillende overtredingen

Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen gemeente Landgraaf 2016

1.. De boete bedraagt 325 Euro in de volgende gevallen: als het aannemelijk is, dat de aangifteverplichting opgenomen in de artikelen 2.38, 2.39, 2.43 van de wet, bewust niet is nagekomen; als er geen brondocumenten in de zin van artikel 2.8 in samenhang met de artikelen 2.44 en 2.46 van de wet worden overgelegd; als de overtreder eerder een overtreding heeft begaan, waarvoor de boete opgelegd kan worden; als de overtreder aan te merken is als gelegenheidsgever in de zin van artikel 4.17, tweede lid, van de wet; als de overtreder onjuiste aangifte heeft gedaan met valse documenten en als er geen stafvervolging ter zake van deze overtreding is ingesteld. 2.. De boete bedraagt 200 Euro in de volgende gevallen: als niet door het college aannemelijk is gemaakt dat de aangifteverplichting opgenomen in de artikelen 2.38, 2.39, 2.43 van de wet, bewust niet is nagekomen; als de overtreder geen informatie verstrekt, geen geschriften overlegt (niet zijnde brondocumenten), of niet in persoon verschijnt overeenkomstig het bepaalde in artikelen 2.44, 2.45 lid 1, 2.46, 2.47 en 2.51 van de wet; als de overtreder niet voldoet aan de informatie- of zorgplicht jegens ingeschrevene of gemeente op grond van artikelen 2.40 vijfde lid, 2.45 leden twee tot en met vijf, en 2.50 van de wet. 3.. De boete bedraagt 100 Euro wanneer niet is voldaan aan de identiteitsplicht zoals genoemd in artikel 2.52 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel