**1..** Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
**2..** De cliënt die in aanmerking wenst te komen voor een pgb geldt de verplichting om een Budgetplan op te stellen.
**3..** De cliënt sluit met degene aan wie het pgb voor diensten wordt besteed een door het college én de Sociale verzekeringsbank goedgekeurde schriftelijke overeenkomst. Daarbij wordt (bij voorkeur) gebruik gemaakt van de toepasselijke modelovereenkomst die de Sociale verzekeringsbank ter beschikking stelt.
**4..** Aan het pgb zijn de volgende verplichtingen verbonden:
het pgb mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk wordt aangemerkt;
tussenpersonen of belangbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald;
het pgb mag niet aan een persoon worden besteed die tot de leefeenheid van de cliënt behoort die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting;
de cliënt draagt zorg voor een afdoende verzekering tegen schade indien de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorziening wordt meegenomen naar het buitenland.
**5..** Indien de afschrijvingstermijn van het geïndiceerde hulpmiddel, al dan niet aangeschaft met een pgb, is verstreken kan deze door het verlenen van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst adequate (maatwerk)voorziening worden aangemerkt.
**6..** Het college verstrekt geen pgb als het bieden van een keuze voor het pgb negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorziening in natura.
**7..** De aanvraag om een woningaanpassing of hulpmiddel dan wel pgb ter betaling daarvan kan (deels) worden geweigerd indien deze al gerealiseerd is dan wel aangeschaft is vóór de melding dan wel aanvraag, tenzij de noodzaak achteraf door het college nog kan worden vastgesteld.
**8..** Het college kan een pgb voor diensten, welke betrekking heeft op een periode voorafgaande aan de aanvraag weigeren, tenzij:
het college vaststelt dat de melding en/of het indienen van de aanvraag niet eerder gedaan kon worden; en
de cliënt aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en
het college tot het oordeel komt dat de verleende ondersteuning noodzakelijk is.