Naar hoofdinhoud

Artikel 8a.

Specifieke criteria maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk

1.. Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: deze noodzakelijk is om de cliënt in aanvaardbare mate in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; deze als goedkoopst adequate (maatwerk)voorziening is aan te merken; deze in overwegende mate op de cliënt is gericht. 2.. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op ondersteuning bij deelname aan het maatschappelijk verkeer in de vorm van vervoersvoorzieningen en/of een gebruikerspas voor het collectief vraagafhankelijk vervoer, waarvoor de cliënt een ritbijdrage is verschuldigd. 3.. Onder de leefomgeving als bedoeld in het vorige lid wordt 10 tot 15 kilometer rondom de woning verstaan waarbij deelname aan het maatschappelijk verkeer mogelijk is met een omvang van 1500-2000 kilometer per jaar. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in dit lid. 4.. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat indien: de beperkingen van de cliënt met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen worden opgelost dan wel verminderd; een maatwerkvoorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verleend en deze voorziening technisch nog niet is afgeschreven tenzij de eerder vergoede of verleende voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; de cliënt in redelijkheid van hem te vergen mogelijkheden heeft om zelf of met hulp van anderen voor een passende oplossing te zorgen voor de beperkingen in diens zelfredzaamheid en participatie. de cliënt, gelet op de noodzaak tot maatschappelijke ondersteuning, aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel