Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Parkeerverordening 1994

1.. Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen, als bedoeld in artikel 1, letter f en g, na daaromtrent de desbetreffende vaste commissie van advies en bijstand te hebben gehoord. 2.. In een in het eerste lid bedoeld besluit stellen burgemeester en wethouders vast op welke dagen en gedurende welke uren: Parkeren op een parkeerplaats bij parkeerapparatuur slechts tegen betaling van parkeergeld is toegestaan; Parkeren op een vergunninghoudersplaats slechts is toegestaan aan degene aan wie een parkeervergunning als bedoeld in deze verordening is verleend. 3.. Met inachtneming van hetgeen bij deze verordening is bepaald, stellen burgemeester en wethouders voor de onderscheidene parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur de maximale parkeerduur vast. 4.. Besluiten als bedoeld in de voorgaande leden, worden door burgemeester en wethouders openbaar bekend gemaakt 5.. Indien het verkeersbelang of andere dringende omstandigheden zulks noodzakelijk maken, zijn burgemeester en wethouders bevoegd tijdelijk van een in het eerste en tweede lid bedoeld besluit afwijkende maatregelen te treffen. 6.. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat op of bij parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur en op of bij vergunninghouderplaatsen op een voor het publiek duidelijke wijze de voorwaarden worden kenbaar gemaakt waarop krachtens deze verordening gelegenheid tot parkeren wordt geboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel