**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
**2..** Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon, aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
**3..** Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
**4..** De burgemeester betrekt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
**5..** De burgemeester gaat niet over tot aanwijzing van gebieden waarvoor een ontzegging als kan gelden of tot omschrijving van strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen die tot een gebiedsontzegging, als bedoeld in het tweede lid, kunnen leiden, dan na overleg met de Officier van Justitie, bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 15
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Aa en Hunze 2017